is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt twaalf maal voor '); in elf gevallen kan de gerechtelijke beteekenis van rechtvaardigen niet bestreden worden. In Ex. 23: 7 b.v. beteekent „want ik zal den goddelooze met rechtvaardigen": ik zal den goddelooze niet rechtvaardig verklaren; en niet: ik zal hem niet rechtvaardig maken. In Spr. 17:15: „wie den goddelooze rechtvaardigt en wie den rechtvaardige veroordeelt zijn den Heere een gruwel", is elke andere beteekenis dan „rechtvaardig verklaren" onmogelijk. Evenzoo in de andere plaatsen. Alleen in de twaalfde plaats, Dan 12:9, kan het woord genomen worden zoowel xn den zin van „rechtvaardig maken" als in dien van „als rechtvaardig voorstellen". (De Sept. vertaalt geheel anders, zonder

het woord lixxioïiv te gebruiken).

Op grond van dit zoo goed als constante gebruik van tsadak in piël en hifil heeft zich het gebruik van het woord iixatovv bij Paulus en de overige N. T.ische schrijvers gevormd. Ook de Sept. vertaalt in den regel het hebr. woord met

3IKXIOVV. 2) ,

Het gebruik van Dixxioüv in het N. T. blijkt vooral ui volgende plaatsen: H. 2:13, waar sprake is van het laatste oordeel; dan wordt men niet „rechtvaardig gemaakt , maar

als rechtvaardig erkend" en „rechtvaardig verklaard ; H. 3-4, waar sprake is van God, die door den mensch met „rechtvaardig gemaakt", maar „als rechtvaardig erkend ot „rechtvaardig verklaard" wordt; H. 3:20, waar „gerechvaardigd worden vóór God" niet kan beteekenen „ oor o rechtvaardig gemaakt worden"; de woorden „vóór God wijzen genoegzaam de juridische beteekenis aan; H. 4:/,

n Vx 21-7- Deut. 25:1; 2 Sam. 15:4; 1 Kon. 8:32; 2 Kron. 6:23; To?2, 5 Ps 82: 3; Spr. 17:15; Jes. 5:23; 50:8; 53:11; Dan. 12:3

2) De Sept. gebruikt »iMMfe soms ook, waar in het hebr. een ander werkw staat, en in die gevallen 8 maal in een streng juridiachen 7 maal, ü «*, i. - lialf-juridi.chea Ze\ft h„

waarin Godet de beteekenis van „reinigen" meent te moeten aannemen, P . 73-13 schijnt geen uitzondering te zijn, omdat het parallelisme ook hier dringt'tot de verklaring: ik heb tevergeefs mijn hart als rechtvaardig («onder zonde) voorgesteld (of bewezen). Vgl. Cremer, in voc«.