is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1° Het historisch feit, waardoor de rechtvaardiging door het geloof eens voorgoed voor de wereld verworven is, H. 3:21—26.

2° De overeenstemming tusschen deze wijze van rechtvaardiging en de openbaring des Ouden Testaments, H. 3 :27— 4: 25.

3° De geldigheid van deze rechtvaardiging tot in het jongste gericht, H. 5 :1—11.

Op de periode van het algemeene oordeel volgde die der algemeene rechtvaardiging.

ACHTSTE STUK.

H. 3 : 21—26. i)

Het historisch feit, waarop de rechtvaardiging door

het geloof rust.

In H. 1: 17 poneerde de apostel het thema van dit deel: de rechtvaardiging, welke God geeft door het geloof aan het geloof. Om de noodzakelijkheid van dit buitengewone heilsmiddel in het licht te stellen, beschreef hij den staat van oordeel, waarin de wereld zich bevond (H. 1 : 18—3 : 20). Nu komt hij op zijn eigenlijk onderwerp terug. Tegenover de openbaring van Gods toorn in den tegenwoordigen toestand der wereld stelt hij de ,openbaring van Zijn genade in het werk van Jezus Christus. 2) De verzen 21, 22, welke het thema van het volgende bevatten, sluiten zich dus logisch bij H. 1: 17 aan.

Ys. 21, 22": „Nu echter is de gerechtigheid Gods geopenbaard zonder wet, hoewel de wet en de

1) Vgl. Godg. Bijdr. 1862.

2) Roozemeljer (Prot. Bijdr. IV, 36) maakt opmerkzaam op het renchil in toon tusachen dit en het vorige stuk, in overeenstemming met het behandelde onderwerp.