is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeenheid van het oordeel (vs. 19). Klostermann^ laat ze afhangen van het hoofdwerkwoord „is geopenbaard". Dan ware eU te verklaren, maar iiri niet; ook is het werkwoord door te veel tusschengedachten gescheiden van de twee voorzetsels. — Nu moet het object van het rechtvaardigende geloof nader worden gepreciseerd. Voordat de apostel dit in vs. 24—26 doet, vat hij nog eenmaal in vs. 23 den inhoud van het geheele voorafgaande stuk samen:

Ys. 22b, 23: „want er is geen onderscheid, 23 want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods

Er zijn niet twee wegen, de weg der werken en de weg des geloofs. De eerste is voor allen gesloten, zelfs voor de Joden; de tweede is voor allen geopend, zelfs voor de Heidenen.

De oude vertaling van Genève, Osterwald, Martin nemen vs. 23 in vs. 22 op en tellen dus in dit hoofdstuk slechts 30 verzen. Vs. 23 wordt dan een parenthese en het partic. „om niet gerechtvaardigd wordende" (vs. 24) direct met vs. 22 verbonden, hetgeen, zooals wij zullen zien, logisch is. — Geen onderscheid: ten aanzien van het middel deirechtvaardiging. Waarom? Omdat er ook geen onderscheid is ten aanzien van het oordeel (vs. 23).

Vs. 23. De apostel houdt zich niet bezig met de vraag of zij eens of honderdmalen hebben gezondigd. Zij hebben gezondigd; zij hebben allen gezondigd; dit is genoeg om hen den titel van „rechtvaardigen" en daarmede de heerlijkheid Gods te doen derven. Kxi, en bijgevolg. Het verb. imptTtiiu duidt een tekort aan. Dit tekort kan hierin bestaan, dat men onder de normale hoogte blijft, of dat men achterblijft bij anderen. Hier ligt de eerste beteekenis voor de hand. De normale hoogte heet „de heerlijkheid Gods". Men heeft deze uitdrukking verstaan van het beeld Gods, waarnaar de mensch geschapen was en dat door de zonde verloren is gegaan (Calovius, Olshausen, Mangold); men heeft ook wel