is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet gerechtvaardigd." Tholuck e. a. herinneren aan een constructie in het klassieke grieksch, waarbij de hoofdgedachte een tweede plaats inneemt. Weiss verwerpt deze oplossingen; terecht; volgens hein moet het part. hieruit verklaard worden, dat de rechtvaardiging om niet juist met het in vs. 23 uitgesproken gemis van gerechtigheid correspondeert. Maar ook dan blijft het vreemd, dat de hoofdgedachte komt in een bijzin. Oltramare zocht daarom een nieuwe verklaring. Hij zet na vs. 23 een punt, begint met het part. ItKxioüneni een nieuwen zin en zoekt het hoofdwerkwoord van dezen nieuwen zin in de vraag van vs. 27 „Waar is dan de roem i . Met andere woorden: „Daar wij uit genade gerechtvaardigd

worden , welk recht blijft er dan nog voor ons

over om te roemen?" De verklaring is zeer scherpzinnig, maar onhoudbaar. Ik wil niet te veel gewicht leggen op de grammatikaal incorrecte verhouding tusschen het part. in den nominativus (vs. 24) en den vorm der vraag in vs. 27. Een ernstiger bezwaar is, dat dan de ontwikkeling van het werk van Christus tot heil der wereld (vs. 25, 26) niet meer dan een tusschenzin wordt. Daarenboven — en dit maakt de voorgestelde constructie geheel onmogelijk — de hoofdzin „Waar is dan de roem?", dien de apostel reeds in de gedachte had, toen hij zijn zin begon, veronderstelt, dat het punt der rechtvaardiging geheel afgehandeld was, terwijl het eerst in vs. 24 besproken wordt. Om dit op het eerste gezicht zoo vreemde part. te verklaren, behoeft men zich alleen te herinneren, dat het begrip „rechtvaardiging in vs. 21, 22 reeds was vermeld, en dat Paulus nu, na vs. 23, er op kan terugkomen als op het reeds aangekondigde onderwerp, waarover hij thans gaat spreken. Deze constructie zal nog duidelijker worden, wanneer men het part. verbindt met het laatste gedeelte van vs. 22 „er is geen onderscheid en dit, gelijk wij gedaan hebben, niet op de gelijkheid in de zonde maar op de gelijkheid in de rechtvaardiging laat

slaan: „Er is tusschen hen geen onderscheid , daar

zij om niet gerechtvaardigd worden." Een part. in nomin. na een zin, waarop eigenlijk een andere naamval volgen