is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt in den zin van bevrijding in het algemeen, zonder de notie van loskoopen: zie H. 8 : 23; 1 Kor. 1: 30; Ef. 1: 14 e. e. Maar anderzijds spreken de apostelen dikwijls genoeg van loskoopen: zie 1 Kor. 6:20; 7:23; Gal. 3:13; 1 Petr. 1: 18; en aangezien, zooals Weiss opmerkt, het middel der verlossing volgens vs. 25 het bloed van Christus is, spreekt het wel vanzelf, dat wij dit hier, evenals in Ef. 1:7 en Kol. 1 :14, voor den losprijs hebben te houden. Aan wien deze losprijs betaald is? Klaarblijkelijk aan Hem, jegens Wien wij schuldig (uttoIikoi, vs. 19) waren, God Zelf. Heeft men bezwaar tegen de opvatting, dat God dan aan Zichzelven het losgeld betaalt, Paulus zegt immers ook in 2 Kor. 5 : 19, dat God in Christus de wereld .met Zichzelven verzoent. Klostermann wil het begrip „verlossen" verklaren uit het jubeljaar der Joden, als zij, die voor slaaf verkocht waren, op den eersten dag van het jaar in vrijheid werden gesteld. O. i. is er geen enkele reden om zulk een verband aan te nemen. — „Christus" is vóór „Jezus" geplaatst: eerst de Middelaar (Christus); dan de historische persoon, die dat ambt van Middelaar heeft bekleed (Jezus). — Thans moet de apostel aantoonen, hoe deze Christus Jezus de menschheid heeft verlost. Hij doet dit in vs. 25, 26, door de ontwikkeling van de woorden van het thema (vs. 22a) „de gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus".

Vs. 25, 26: „dien God voorgesteld heeft tot zoenmiddel, door het 2) geloof, in zijn bloed, tot betooning van Zgn rechtvaardigheid wegens het voorbijzien der zonden die te voren geschied waren 26 onder de verdraagzaamheid Gods, tot de betooning 3) van Zijn rechtvaardigheid in den tegen-

1; Volgens Van Manen (t. a. p. bl. 60) aan eene Gode vijandige, althans tegen Hem overstaande macht, die zich heeft laten verschalken, door, zonder te weten wat lij deed, den Heer der heerlijkheid te kruisigen.

2) kODFG laten tij; vóór trurrsai; weg.

3) N A B C D P leien tivódr cvSei^tv.

OODïT/JONiceB, Romeinen. 16