Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geloof" een parenthese te maken. — De moeste uitleggers verbinden de bepaling „in zijn bloed met „geloof : door het geloof in zijn bloed (Luther, Calvijn, Olshausen, Tholuck, Morison, Weizsacker). Ook Godet in de tweede ed. van zijn kommentaar. Maar deze verbinding is niet overeenkomstig het paulinisch spraakgebruik. Bengel, Meyer, Lipsius e. a. laten het afhangen van het werkw.. „dien llij heeft voorgesteld geheel bedekt met zijn bloed of „dooi middel van zijn bloed". In het eerste geval stooten wij op pathos, in het tweede op hardheid. Het best zal zijn. met Godet (le ed.) de uitdrukkingen „door het geloof" en „in zijn bloed" op te vatten als twee parallelle bepalingen van IhxtTTtïpiov; eerst de subjectieve, dan de objectieve voorwaarde. De plaatsing van de eerste vóór de laatste schijnt ons volstrekt geen bezwaar tegen deze opvatting. \ olgens Lev. 17:11 is de ziel, het beginsel des levens, in het bloed. Het vergoten bloed is het wegvlietende leven. Hij, die willens en wetens zondigt, verdient het leven te verliezen. Vandaar het oordeel: ten dage dat gij zondigt, zult gij den dood sterven. Iedere zonde moest dus, strikt genomen , met den onmiddellijken dood van den zondaar, de uitstorting van zijn bloed, gestraft worden. Dit is feitelijk voor ons geschied in Chiistus, wanneer wij aan het Goddelijk doel van zijn dood gelooven. Bedoeld wordt geenszins het effect van dezen dood voor de zedelijke vernieuwing des menschen (Reuss) of voor de vernietiging der zonde (Sabatier). Dit zal in H. 6 v. ter sprake komen. Anderzijds behoeft men ook niet aan een quantitatief aequivalent tusschen het vergoten bloed en de verdiende straf der schuldigen te denken. De apostel zegt alleen, waarin het middel der verzoening bestond. In de volgende woorden is uitgedrukt, met welk doel God dit middel gekozen heeft: tot betooning van Zijn rechtvaardigheid.

Tot „betooning", niet tot „voldoening" van Zijn rechtvaardigheid. God zou ongetwijfeld Zijn rechtvaardigheid hebben kunnen openbaren door haar voldoening te geven; Hij kan haar echter ook openbaren door een middel, dat zulk een voldoening overbodig maakt. Wij hebben hier niet met Luther,

Sluiten