is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den zondigen mensch een object voor, hetwelk zoowel aan Zijn genade als aan Zijn rechtvaardigheid voldoening gaf. Hij openbaarde Zijn recht tegenover den zondaar, doch zoo, dat deze in die openbaring niet den dood maar de vergeving vond.

Vele uitleggers verklaren „opdat Hij rechtvaardig zij" door „opdat Hij als rechtvaardig erkend worde". Maar deze verklaring deugt niet, evenmin als de soortgelijke verklaring van yiveafai H. 3:4. De uitdrukking heeft betrekking op de wijze waarop God handelt, opdat Hij daarin, evenals in Zijn wezen, rechtvaardig zij. — Het woord „rechtvaardigende" zou oogenschijnlijk kunnen vervangen worden door „barmhartig" of „vergevende". Maar Paulus wil zeggen, dat de genade heeft gehandeld in den vorai van rechtvaardigheid. Hoe dit mogelijk is, blijkt uit de woorden „wie uit het geloof in Jezus is". De geloovige zondaar neemt de openbaring van Gods rechtvaardigheid in Jezus aan; hij eigent zich de smartelijke, bloedige hulde toe, die in den persoon van Christus aan het recht Gods jegens den zondaar gebracht is. Het werk van Jezus wordt daardoor zedelijk zijn werk. Het is dus rechtvaardig, dat God het hem toerekent: het is werkelijk zijn eigendom geworden. — Voor eJvxi èx vgl. H. 2:8; Gal. 3:7, 10. De geloovige put alles uit het geloof in Jezus. Drie HSS. lezen 'iwovv (acc.): „Jezus door het geloof rechtvaardigende". Deze lezing moet natuurlijk verworpen worden; men heeft waarschijnlijk (de naam werd met afkortingen geschreven) IN voor IT gelezen. Het stuk eindigt met den naam van Hem, aan wiens onuitsprekelijke liefde de menschheid het heil te danken heeft.

De vebzoening volgens Paulus.

Vinet schreef in 1844: „Ik kan niet aan de plaatsvervangende voldoening gelooven". x) En elders: „Het overdragen der schuld is in lijnrechte tegenspraak met onze

X) Lettres, II. p. 252.