is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods verborgen had. En waartoe die betooning van rechtvaardigheid anders dan om de zondaren te herinneren, dat de wereldgeschiedenis uitloopt op een gericht? „Als zij dit doen aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden?" Het kruis is het onderpand van het gericht. Het predikt

vergeving of oordeel.

Deze opvatting van verzoening schijnt mij in overeenstemming met de ware beteekenis van het zond- en schuldoffer in het O. T. Volgens Lev. 4:24, 29, 33 en Num. 5:7 bracht hij, die de wet had overtreden, het offerdier voor het brandofferaltaar; daarna legde hij zijn hand op het hoofd van het offerdier en beleed zijn zonde. Het opleggen der handen was het symbool van overdracht, waardoor de één plaatvervanger werd van den ander. Wanneer dus de Israëliet het bloed van het dier zag vloeien en het dier zag sterven, moest hij tot zichzelven zeggen: Ik heb dezen dood verdiend; dit bloed vloeit in plaats van het mijne. Wat bedoelde God met deze plechtigheid? Wenschte Hij een vergoeding te ontvangen voor het niet-voltrekken der straf aan den ware schuldige? Dit is ondenkbaar. Veelmeer wilde Hij aan het geweten van den overtreder verklaren: „Ik heb recht, u te dooden", en aldus bij hem een gevoel van de zwaarte zijner schuld wakker roepen; hem tot de erkentenis brengen, dat de dood de bezoldiging der zonde is, de dood van het offerdier bij vergeving, de dood van den zondaar bij nietvergeving. Zonder dit zou de vergeving op den zedelijken ondergang van den zondaar uitloopen en dus voor een heilig God onmogelijk zijn (Jes. 26:10). „Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving" (Hebr. 9:22); geen heilige vergeving en dus in het geheel geen vergeving. Dit geldt zoowel voor de vele, onvolkomen offers van het Oude, als voor het ééne, volkomen offer van het Nieuwe Verbond.

Misschien brengt iemand het bezwaar in, dat bij deze opvatting van de verzoening het begrip „recht" niet is uitgesloten. In de bloot zedelijke verhouding van den mensch en God mag immers geen juridisch element worden gebracht ? Ongetwijfeld is de sfeer van het recht lager dan de sfeer