Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klagen, dat wij de gave Gods onbegrepen moeten aanvaarden? l)

NEGENDE STUK.

H. 3:27—31.

OVEREENSTEMMING TU88CHEN DE BECHTVAABDIGING DOOK HET GELOOP EN DE EIGENLIJKE BETEEKENI8 DEB WET.

De apostel had in vs. 21 gezegd, dat de gerechtigheid Gods door het geloof „getuigenis had van de wet en de profeten". Nu hij het wezen van deze gerechtigheid in vs. 24—26 heeft ontwikkeld, zal hij aantoonen, hoe zij met het wezen der wet overeenkomt. Hij doet dit uit twee gezichtspunten: le in vs. 27, 28, 2« in vs. 29—31.

Vs. 27, 28: „Waar is dan de 2) roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Geenszins, maar door de wet des geloofs. 28 Wij houden het dan 3) daarvoor, dat de mensch door het geloof 4) gerechtvaardigd wordt zonder werk der wet."

„Dan" slaat op de wijze van rechtvaardiging, die in de

vorige verzen beschreven is. „Waar is ?", zoo pleegt

de apostel te spreken, wanneer hij, gedachtig aan een groote overwinning van het evangelie, een triomfeerenden toon aanslaat (1 Kor. 1:20; 15:55). Bij kxvxws denken velen

1) Wij hebben Teel te danken aan G-eas: Zur Lehre der Versöhnung und der Nothwendigkeit des Sühnen» Chri»ti (Jahrbücher für deutsche Theologie 1857, 1854, 1859). Later verscheen: Das Dogma von Ohristi Person und Werk, 1887.

2) F Gt It. Or. voegen bjj kxvxwis <rou.

3) NADEPGIt.: yap in plaats van ouv (text. ree. BCKLPSyr.).

4) De text. ree. plaatst met K L P Syr. thttii tóóv StHxiovrSat.

17*

Sluiten