is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

argumentum e contrario bevestigen, gelijk hij meermalen doet. Het grondbeginsel der wet, de eenheid Gods, zou door een andere wijze van rechtvaardiging worden te niet gedaan: vs. 29—31.

Vs. 29, 30: „Of is God alleen *) (een God) der Joden? Ook niet2) der Heidenen? Ja, ook der Heidenen ; 30 daar 3) het inderdaad één God is, Die de besnijdenis rechtvaardigen zal uit het geloof en de rechtvaardiging der voorhuid zal bewerken door het geloof."

Het woordje ij kondigt niet enkel een tweede argument aan, gelijk Oltramare meent; in dat geval zou er kx! staan. Het wil zooveel zeggen als: of, twijfelt men soms nog aan de waarheid van het gezegde (Weiss). Inderdaad zou God, ingeval de rechtvaardiging uit de werken der wet was, alleen als de God der Joden beschouwd kunnen worden, en niet als de God der Heidenen, die immers van dit middel der rechtvaardiging verstoken waren. 4) Of was de wet, welke oorspronkelijk aan Israël gegeven was, misschien bestemd om ook de Heidenen te omvatten? Voor den apostel en voor eiken kenner der toestanden moest de judaïseering der Heidenen iets onmogelijks zijn, zoodat de meeste Heidenen onverbiddelijk van het heil zouden zijn uitgesloten. Zoo ongeveer zullen de Joden met een zeker welbehagen het zich wel hebben voorgesteld. De twee gen. 'louialav en itvwv zijn niet

1) B en sommige patres: /-tovuiv in plaats van novov.

2) Text. ree. heeft met LP Se na ovx>-

3) Text. ree. met DEFÖKiPi «*-e«rep; «ABC: eiirtp.

4) Zeer onwaarschijnlijk, vooral met het oog op vs. 30, komt ons de meening voor van Van Leeuwen (t. a p. bl. 68), dat hier dexe joodsche tegenwerping zou ondersteld zijn: „indien geloof in Christus de voorwaarde ware om gerechtvaardigd te worden, en niet een wet der werken, zou ook de heiden, aau dien maatstaf gemeten, kunnen voldoen; maar dit is onmogelijk, immera God laat zich niet met de heidenen in; om door God te worden aangezien, moet men in de eerste plaats tot ziju volk Israël behooren".