is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaringen van vs. 12, 16). -— Uit is niet op te maken, dat de Christenen te Rome Christenen uit de Joden waren (Baur, Volkmar e. a.); evenmin, dat hier gedacht wordt aan de heidensch-christelijke minderheid in de gemeente aldaar (Meyer). De beteekenis van het pron. wordt bepaald door het subj. van al de vorige werkw. (x«TxpyoZ,usv, hrr/ivopiv, ipoüftev). Het slaat dus op de Christenen in het algemeen. Men vergete niet, dat de uitdrukking „Abraham onze vader" een stereotiepe uitdrukking is (vgl. Delitzsch, Paulus des Apostels Brief an die Romer in das Hebraische übersetzt u. s. w. Leipzig 1870, S. 11). — Welk antwoord onderstelt en verzwijgt Paulus? „Volstrekt niets"? Maar hij wacht er zich wel voor, zoover te gaan. Hij wil alleen zeggen (vgl. vs. 2): niets, wat de rechtvaardiging voor God en het heil betreft; hetgeen niet wegneemt, dat de aartsvader door zijne uitstekende deugden rijkdom en aanzien verkregen heeft.

Vs. 2. Verscheidene exegeten vinden hier het logisch bewijs voor het negatieve antwoord, dat tusschen vs. 1 en 2 verzwegen is: „Niets, want, als hij door zijne werken gerechtvaardigd was, zou hij roem hebben, hetgeen onaannemelijk is". Onaannemelijk: waarom ? Dat is juist de vraag. Men zou zoo een cirkelredeneering hebben. „Want" is eenvoudig explicatief. „Ik doe die vraag, omdat, als Abraham door zijne eigen werken gerechtvaardigd was, hij stellig oorzaak had om te roemen",| hetgeen in tegenspraak zou zijn met H. 3:27 en de gerechtigheid der werken herstellen zou. — „Door de werken" staat voorop. De vraag is niet: of, maar: hoe Abraham gerechtvaardigd werd. ') „Door de werken" komt overeen met „naar het vleesch" van vs. 1, evenals „gerechtvaardigd zijn" met „verkregen hebben". De uitdrukkingen van vs. 1 zijn abstract; die van vs. 2 zijn concreet. — Kuv%viftx duidt aan hetgeen, waarop men zich beroemt; xxuxyri? (H. 3 : 27) de daad van het roemen zelf. Paulus zegt niet, dat Abraham zich inderdaad zou beroemen,

i) Volgens Z&hn (Einl. 3. 95) blijkt hier, dat Paulus den brief y»n Jakobus kent.