is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar dat hij reden zou hebben om het te doen. — wai Detoekent .mar «iet bij God»? >) Dat Abraham werkjak door zijne werken gerechtvaardigd is, maar met voor God? Is er nog een andere rechtvaardiging dan de rechtvaardiging voor God? Beza, Grotius, de Wette, Rückert, Philippi denken aan een rechtvaardiging voor de menschen: „Als Abraham (volgens het oordeel der menschen) door zijne werken gerechtvaardigd is, heeft hij recht om zich te beroemen (tegenover hen en tegenover zichzelven), maar niet tegenover God". Maar „rechtvaardigen" kan hier geen andere beteekenis hebben dan overal elders in dit hoofdstuk en dezen brief. Calvijn, Fritzsche, Baur, Hodge meenen, dat wii hier een onvolledig syllogisme hebben. Major: Als Abraham door de werken gerechtvaardigd is, heeft hij roem. Minor: Dan heeft hij geen roem gehad bij God. (Verzwegen) conclusie: Dus werd hij niet door de werken gerechtvaardig; . Maar de minor moet juist bewezen worden, nu H. d:ti aan het voorbeeld van den aartsvader wordt getoetst. Waarom zou dan ook de conclusie, waarop alles aankomt, verzwegen zijn? Onder de nieuweren zijn Meyer, Tholuck (met enke e variaties) e. a. op de verklaring der grieksche kerkvaders (Chrysostomus, Theodoretus e. a.) teruggekomen: „Wera Abraham door zijne werken gerechtvaardigd, dan had hij we oorzaak om te roemen, maar geen Goddelijke oorzaak; want hij had het aan zichzelven te danken en met aan de gena e Gods". Deze vernuftige opvatting is onhoudbaar. Immers, vooreerst zou dan „roem" in gunstigen zin worden genomeni, terwijl het hier voordurend een ongunstige beteekenis heeft. Ten andere zou Paulus geschreven hebben h f<y (H. I: )■ Ten derde bewijst het volgende vers niet: dat Abraham geen reden had om zich in God te beroemen, maar integendeel, dat hij door zijn geloof gerechtvaardigd werd, m. a.w. da hij het voorwerp der Goddelijke genade is gewees . em er en Glöckler houden rov deiv voor een uitroep: bij God.

1) Aber halt! Nicht bei Gott. Orer dew venen «chreef nog

Küisner (Zeitschr. f. wiss. Theol , 1891).