is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hiertoe was geen aanleiding. Bovendien zou er dan moeten staan: itfh roïi teoi. De wending, die Paulus hier neemt, is vreemd, ja eenigszins verlegen. Hij beseft, dat hij aan een teer punt komt, ten aanzien waarvan de Joden zeer gevoelig waren. Hij wil over Abraham niet anders dan met achting spreken, en toch mag hij de waarheid niet te kort doen. Na de uitdrukking „als hij gerechtvaardigd werd door de werken, had hij roem," vuile men in gedachten in: „ongetwijfeld bij de menschen, want het is geen kleinigheid,

een Abraham te zijn geworden; maar ", en nu gaat

de apostel aldus voort: „maar niet bij God". Al die roem voor de menschen telt bij God niet mede. „Bij God staat dus tegenover „bij menschen". Tegenover God verdween Abraham's gerechtigheid. Het bewijs hiervoor geeft het volgende vers.

Ys. 3—5: „Want wat zegt de Schrift: En Abraham geloofde God, en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. 4 Nu wordt dien, die werkt, het loon niet toegerekend naar gunst, maar naar verdienste j 5 doch dien, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddelooze *) rechtvaardigt, wordt zjjn geloof gerekend tot gerechtigheid;"

Het slot van vs. 3 onderstelt het oordeel van God over Abraham volgens Gen. 15 : 6. Jehova roept Abraham des nachts buiten zijn tent en noodigt hem uit, de sterren te tellen, als hij ze tellen kan, waarop de belofte volgt: zoo zal uw zaad zijn. Hij is 100 jaar en heeft nog geen kind bij Sara. Toch gelooft hij God op Diens woord. Het geloof houdt de belofte Gods voor de realiteit zelf; den geloovige geschiedt naar zijn geloof: de belofte wordt realiteit. Ai staat hier in plaats van ttxi der Sept. Het is niet zeker daar n B hier een hiaat hebben — of de laatste dan wel de

1) quae stulta est exaggeratio (Verisimilia)!