Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste lezing de ware is. Ai zal volgens Tischendorf de gewone lezing zijn geweest ten tijde van Christus. Dan heeft Paulus letterlijk geciteerd. — Abraham geloofde niet de belofte Gods, maar God. Het voorwerp van zijn geloof was, op het oogenblik dat hij de belofte ontving, God zelf, Zijn waarachtigheid, Zijn trouw, Zijn heiligheid, Zijn goedheid, Zijn wijsheid, Zijn almacht, Zijn onveranderlijkheid. God was in de belofte. Het komt er weinig op aan, wat op een gegeven oogenblik de inhoud der Goddelijke openbaring is. Al hare deelen vormen één geheel. Abraham verkrijgt, door één belofte vast te houden, deel aan alle beloften, zelfs aan die beloften, welke eerst in de verre toekomst geopenbaard en vervuld zullen worden, want hij houdt zich vast aan den God der beloften. Dit rechtvaardigt de toepassing van dezen tekst op de christelijke kerk (vs. 22—25) en heft het bezwaar van Rückert, Weiss, Lipsius op, dat het voorwerp van Abraham's geloof (de geboorte van Izaak) iets geheel anders is dan het voorwerp van der Christenen geloof (het werk van Christus en de vergeving der zonden). De beloften Gods in de geschiedenis des heils zijn schakels van één keten. De geloovige, die zich aan één der schakels vasthoudt, houdt zich aan de keten vast en staat tegenover God gelijk met een ander, die een hoogere schakel grijpt. Reuss omschrijft „bet is hem tot gerechtigheid gerekend" met „God prees hem zeer", hetgeen moeielijk te verdedigen zal zijn. — In het hebr. lezen wij: en Hij (God) rekent het hem tot gerechtigheid. Paulus gebruikt, naar de Sept., het passivum. Aoyl£eiv, \oyi%eix8<ti beteekent „toerekenen" (2 Sam. 19:19; Ps. 106:31; 2 Kor. 5:19; 2 Tim. 4:16; vgl. Filem. vs. 18). Men kan iemand iets toerekenen, dat hij heeft of dat hij niet heeft. Het eerste is een daad van gerechtigheid; het tweede een daad van genade. Hier hebben wij het laatste, omdat God Abraham zijn geloof toerekent als iets dat het niet is: als gerechtigheid.') „Gerechtigheid" duidt aan het volkomen doen van Gods wil, waardoor Abraham, als het

1) Zie Theol. Lit.-Zeit. 1896, 507.

Sluiten