is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de geloovige Joden sprekende, zich vergenoegen niet te zeggen, dat zij niet alleen uit de besnijdenis zijn, zonder van hun geloof te gewagen? Vóór a,k\k kx) tc7s zou men dan ook verwachten ou reis (/.óvov in plaats van roTt ov novov. Paulus spreekt van ééne klasse van menschen, de Christenen van joodsche afkomst, die door twee eigenschappen worden gekarakteriseerd: de besnijdenis en het geloof. Daarom geeft rs7« in het tweede lid bezwaar, omdat het een andere soort van menschen en niet een andere eigenschap van dezelfde soort van menschen schijnt aan te duiden.1) Tholuck, Meyer e. a. erkennen dit. Philippi stelt zich tevreden met de bewering, dat slordigheden in den stijl zelfs bij de beste schrijvers voorkomen. Volgens Sanday-Headlam kan fertius zich verschreven hebben. Godet meent, dat het tweede toïs (vóór tmtxoÏHriv) dient om deze tweede eigenschap (het geloof), zonder welke de eerste (de besnijdenis) van geen nut zou zijn, te doen uitkomen. De volledige grieksche zin zou dan zijn: o'i oi»t ix ■Jrepnoftiis [aovov [cvre?], ot.'KXx xai [»«] ot gtoi-

Xoüvre? • Ons bevredigt meer het voorstel van Beza

om rol? te schrappen; vgl. Baljon en Michelsen. Westcott en Hort vermoeden, dat er eigenlijk «urc7? stond. Zahn acht het ook mogelijk, dat tolc, vóór noi door een soort dittografie is ontstaan.

Paulus herhaalt hier nog eens, dat Abraham geloofde, toen hij nog onbesneden was. De geloovige Heidenen moeten niet door de poort der Joden, maar, omgekeerd, de geloovige Joden moeten door de poort der Heidenen binnentreden. Met onverbiddelijken logischen ernst toont de apostel de dwaling zijner tegenstanders aan; hij gunt zich geen rust, voordat de tegenovergestelde meening als waarheid is bewezen.

Paulus ontdekt in het leven van den aartsvader, nog voordat door de geboorte van Izaak en het gebod der be-

1) Böhmer geeft in het voetspoor van Wieseler deze verklaring: voor lien, die nog aan de uitwendige besnijdenis, maar daaraan niet alleen (ook aan het geloof) lich vasthouden; maar ook voor hen, die, zonder aan de besnijdenis waarde toe te kennen, van het geloof leven.