Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beloofd heeft ook machtig is te doen. 22 Daarom is het hem ook ') tot gerechtigheid gerekend."

nivpoQopeïv, een vat tot aan den rand vullen, beteekent, in het passivum en van een persoon gebruikt, een overtuiging, die niet den minsten twijfel in het hart overlaat. Door zich te sterken in zijn geloof verheerlijkte hij God, daar hij door zijn onwrikbaar vertrouwen getuigenis aflegde van Gods trouw en Gods almacht. Laat men het eerste niet weg, dan sterkte Abraham zich in zijn geloof door le God de eer te geven (d. i. dan aan Zijn woord niet te twijfelen) en 2C volkomen van Gods almacht overtuigd te zijn. K*1 vóór irowxt doet het onafscheidelijk verband tusschen Gods woorden en Gods daden uitkomen. Hij zou iets niet beloven, wanneer Hij het ook niet kon doen.

Vs. 22 is de samenvatting van het geheele hoofdstuk en bereidt tevens de toepassing voor. Aié legt de rechtvaardigende kracht van Abraham's geloof in het „God de eer geven". K»i doet de wisselwerking tusschen de daad Gods en de daad van Abraham uitkomen. „Uw geloof gaf Mij de eer, daarom schenkt het u de rechtvaardiging." Iedere gedachte aan verdienste van den mensch blijft natuurlijk uitgesloten. De apostel wil slechts doen uitkomen, dat God geen beter middel ter rechtvaardiging had kunnen kiezen dan het geloof. — Men kan tot subj. van èxoyich maken een verzwegen irirrevrxt, of men kan het als een onpersoonlijk werkwoord opvatten: „er had ten zijnen behoeve toerekening van gerechtigheid plaats". — Zoo is Paulus tot het eigenlijke onderwerp van dit hoofdstuk (de rechtvaardiging van Abraham) en de aanhaling van vs. 3 teruggekeerd. Thans volgt de toepassing op de tegenwoordige geloovigen, vs. 23—25.

H. 4:23—25.

Vs. 23, 24: „Nu staat het niet alleen om hem ge-

1) D E F G Syr. lateu x«< na Sio weg.

Sluiten