is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn dood de objectieve rechtvaardiging der menschheid ware uitgesproken. De overwinning over den dood toch veronderstelt de overwinning over de zonde (1 Kor. 15:56). Jezus' opstanding is niet slechts het bewijs, maar ook het gevolg der vrijspraak. Onze veroordeeling heeft Christus' dood veroorzaakt, onze rechtvaardiging roept hem weder in het leven. Nu onze schuld betaald is, moet onze Verlosser uitgaan uit het graf, waarin hij slechts om onzentwil is afgedaald. — Den geloovige, die zich geoordeeld weet in zich zeiven, maar gerechtvaardigd en levende in den opgewekten Christus, geschiedt naar zijn geloof, in veel heerlijker zin dan een Abraham.

Men verdonkere toch deze heerlijke openbaring der Schrift niet! Men wachte zich voor een verklaring als b.v. van Döllinger, die h>caluais opvat in de beteekenis van „heiliging": Jezus is opgewekt met het oog op onze zedelijke verbetering! Ook verbinde men aan het begrip opstanding niet dat van de hemelsche heerschappij en voorbede van Christus (Calvijn, Tholuck, Philippi). Hiervan is in het verband geen sprake. Paulus bi'engt hier Christus' opstanding niet in verband met zijn heerlijkheid, maar met zijn dood.

Zoo is dan afdoende bewezen, dat de rechtvaardiging door het geloof met de wet en de profeten overeenstemt. Deze fundamenteele waarheid van het evangelie werd eerst kort aangekondigd (H. 3:21, 22), daarna historisch gefundeerd (H. 3: 23—26) en eindelijk door het O. T. bevestigd — door de wet, H. 3:27—31; door het voorbeeld van Abraham, H. 4: 1—25. Nog één bezwaar kon overblijven: Zal deze gerechtigheid des geloofs in staat zijn om ons in het jongste gericht te behouden? Paulus heeft toch zelf dit oordeel een rechtvaardig oordeel genoemd en verklaard, dat het „naar

1) Weiffenbach noemt deze verklaring „grammatisch und contextlich correct" (Theol. Lit.-Zeit. 1894, 483). Kantteekening van Statenvertaling: Overmit» Godt door dese opweckinghe betoont heeft, dat h\j de doot aijua Soona voor een genoeghsaem rantsoen voor oriBe sonden heeft aengenomen, ende sijne volkomene gehoorsaemheyt wil aennemen tot rechtveerdigheyt voor alle die in hem gelooven.