Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de werken" zal zijn, zoodat alleen hij, die de wet zal hebben volbracht, op dien dag gerechtvaardigd zal worden (H. 2 : 5, 6, 10, 13). Het thema der rechtvaardiging is niet afgehandeld , voordat dit punt is opgehelderd. Er volgt dan ook nog een laatste stuk, waarmede de didaktische uiteenzetting van de rechtvaardiging door het geloof wordt besloten.

ELFDE STUK.

H. 5:1—11. i)

De gelooviüen zijn verzekerd yan hun eeuwig iieil.

Uit dezen titel blijkt, dat onze opvatting 3) van dit stuk van de gewone verschilt. Calvijn, Tholuck, Olshausen, Philippi, Reuss, Lange, Schaff, Hodge, Renan, Hofmann vinden hier een schets van de vruchten der rechtvaardiging, en wel vs. 1 den vrede, vs. 2 de hoop der heerlijkheid, vs. 3 v. het geduld, vs. 5 v. de ervaring van de liefde Gods. Maar waarom zou dan dit stuk door de parallel tusschen Adam en Christus gescheiden zijn van H. 6, waar de heiligheid als vrucht der rechtvaardiging wordt voorgesteld ? Die parallel kan toch geen parenthese zijn tusschen het stuk over den vrede en dat over de heiligheid. In dat geval zou Reuss terecht klagen over gebrek aan systematische orde in onzen brief. Om dit bezwaar te vermijden laten Lange en Schaff, in het voetspoor van Rothe, het stuk over de rechtvaardiging eindigen met vs. 11, terwijl dan volgens hen met de parallel tusschen de twee Adams het stuk over de heiliging begint. Wij zullen straks aantoonen, waarom vs. 12—21 onmogelijk bij het volgende (H. VI—VIII) kan worden gevoegd. Voor het oogenblik wijzen wij slechts op Sta roure (vs. 12). In vs. 1—11 is echter geen sprake van de vruchten der rechtvaardiging, wél van de toekomstige worstelingen, beproevingen en neder-

1) Volgens „Verisimilia" is er van H. 5 niet veel te begrijpen.

2) Weiffenbach keurt deze opvatting goed (Theol. Lit.-Zeit., 1894, 492).

Sluiten