is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lagen, welke den gerechtvaardigde wachten en hem zullen doen vragen: Wat zal mij aan het einde nog overkomen? Zal mijn rechtvaardiging misschien ten slotte nog mislukken op de klip van het jongste gericht? Diep in het menschelijk hart ligt het gevoel van Gods toorn; het minste en geringste is voldoende om dat gevoel te doen herleven. Is de gerechtvaardigde tegen dien angst gewapend ? Kan hij verzekerd zijn, dat de toorn Gods zich op den dag des oordeels niet andermaal zal openbaren (vgl. vs. 9)? De apostel antwoordt geruststellend en ontwikkelt dit antwoord in het volgende stuk, hetwelk tevens het slot van het voorafgaande betoog vormt. — Zooals hij gewoon is, geeft Paulus in de beide eerste verzen de hoofdgedachte aan:

Vs. 1, 2: „Daar wij dan door het geloof gerechtvaardigd zjjn, hebben ') wij vrede met God, door onzen Heer Jezus Christus, 2 door wien wij ook den toegang verkregen hebben 2) tot deze genade, waarin wij staan; en roemen wg in de hoop der heerlijkheid Gods."

Is het voorafgaande juist, dan moeten wij, om de gedachte van het eerste vers te completeeren, bij ë%oi*cv voegen kui kxuxüpeOx. Het eerste (wij hebben vrede) is grondslag van en overgang tot het tweede (wij roemen). — Het part. aor. tiKMutsvTt?, met het praesens l%onev verbonden, wijst een volbracht feit aan. Door de rechtvaardiging staan wij in een nieuwe verhouding tot God: wij hebben vrede met Hem. De praep. xpó?, met betrekking tot, duidt aan, dat de

1) De text. ree. heeft met FGPs'B'; nABCDEKL met It. Syn. t%ui4ev. Volgens Van Manen (t. a. p. bl. 62) zijn de woorden „door onzen Heer Jezus Christus" een geheel overbodige uitweiding, die sommigen ▼erlokt heeft, voor een nog niet vervulden wensch aan te zien, en mitsdien te lezen 'éxuptv.

2) Hier wordt door n*nCCKLP t»j irtrru bijgevoegd. A heeft ev m TFirrei.