Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wijsheid Gods gehandeld. In het tweede geval noemt hij het oogenblik, cloor God uitgekozen om in de geschiedenis der menschheid in te grijpen, het volkomen geschikte oogenblik. Het kwaad had zijn hoogtepunt bereikt; de menschheid kon zich geen illusies meer maken; het mocht niet langer meer blijven zoo als het was; één van beiden moest komen: het oordeel of het heil. ') — Waaruit ontsproot die toestand van zwakte, welke Gods mishagen moest opwekken? Uit opstand tegen God. De zwakken 2) waren goddeloozen.3) Dit is de positieve zijde van de zonde der menschheid. — Toen wij zwak waren, ja goddeloos, heeft God het grootBte bewijs Zijner liefde aan ons gegeven, is Christus voor ons gestorven. De praep. virip beteekent: ten behoeve van; niet te verwarren met uvrl: in de plaats van.

De apostel breekt hier voor een oogenblik de bewijsvoering af om het buitengewone karakter van die liefde Gods in het licht te stellen. Hij vergelijkt de daad Gods met de edelste en heldhaftigste zelfopoffering der menschen en doet den afstand tusschen het een en het ander uitkomen, vs. 7, 8.

Vs. 7 onderstelt in de betrekkingen tusschen menschen en menschen twee gevallen, waarvan het eene zoo buitengewoon is dat men het zich ternauwernood (icwM?) kan denken, het andere wel moeielijk te onderstellen, maar toch als mogelijk misschien; vgl. Filem. vs. 15) moet worden aangenomen. De oude grieksche uitleggers en van de nieuweren Calvijn, Beza, Fritzsche, Meyer, Oltramare e. a. stellen virèp tov ccyxSoü gelijk met wip 3/x«/ov. „Nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; nauwelijks, zeg ik, want ik wil niet geheel en al ontkennen, dat iemand bereid kan zijn, voor een goede zijn leven te laten." Maar waarom dan iïixxlou vervangen door AyxöoZ? De bezwaren vermeerderen, wanneer men er op let, hoe toü xyxsov met nadruk voorop staat en daardoor een tegenstelling schijnt te vormen met

1) Vissering: eer wij in onze zonden stierven.

2) Kloatermann denkt aan „zieken".

3) Weizsacker: zur Zeit unserer Schwachheit, also fiir Gottlose.

Sluiten