is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gave van het bloed volgt de gave van het leven, hetwelk do heiliging en daardoor de volkomen verlossing waarborgt (vgl. II. G—8, in 't bijzonder H. 8 : 2). Op den grooten dag zullen wij dan alleen behouden worden, wanneer wij, na door Christus' dood verzoend te zijn, door zijn leven zijn geheiligd.

Aan het slot van vs. 2 had Paulus van de triumfeerende hoop der geloovigen gesproken. In vs. 9, 10 schijnt hij een lageren toon aan te slaan; hij spreekt van een toorn, waaraan men nog moet ontkomen, een verlossing, die men nog deelachtig worden moet. Toch heeft hij het roemen niet vergeten.

Vs. 11: „en (dit)1) niet alleen, maar terwijl wij ook roemen 2) in God door onzen Heer Jezus Christus, door wien wij nu de verzoening verkregen hebben."

De constructie levert bezwaar op. Wat zullen wij doen met het part. Kxvxcoftevot > betwelk op geen verb. finit. rust t Oudere exegeten, Tholuck, Philippi, Rückert, 1-ritzsche, Hodge, Oltramare beschouwen het als gelijkstaande met een verb. finit. en denken er bij ierpév: wij zijn roemende d. i. wij roemen. In die richting wijst ons ook de lezing van L e. a. Men denke in dit geval na „niet alleen" een ander verb. finit. („zullen wij behouden worden" van vs. 10). „Niet alleen zullen wij behouden worden, maar wij roemen nu reeds

in God •" Men heeft het ongeoorloofd genoemd,

van een part. een verb. finit. te maken, ten minste in proza (als dichterlijke vrijheid komt het ontelbare malen voor). Maar hoe dan 2 Kor. 7 :5 te verklaren? Moeielijker is het gemis aan overeenstemming tusschen het fut. „wij zullen behouden worden" en het praes. „wij roemen". Wij zouden

1) D E F lezen na 5e: tovto.

2) In plaats van lezen L 30 min. It. Syr.: KotvxwiieQx; * G: xocvxuixev.