is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den tegenwoordigen toestand der geloovigen niet tegenover hun verleden, maar tegenover hun toekomst. Zij hebben in de verzoening het onderpand der volkomen verlossing. Tv xxtocWW hifanév getuigt tegen de subjectieve opvatting van KxrxMiwt*' in vs. 10. De laatste alinea van vs.11 loopt parallel met „door wien ook" van vs. 2. Hier eindigt de met vs. 1 begonnen pericoop. Bewezen is, dat de hoop niet beschaamt, omdat in de rechtvaardiging door het geloof de rechtvaardiging ten laatsten dage ligt opgesloten.

Na aldus in de eerste afdeeling (H. 1:18—3:20) het algemeene oordeel, en in de tweede (H. 3:21—5:11) de algemeene rechtvaardiging te hebben betoogd, gaat de apostel nu deze twee bedeelingen met elkander vergelijken door hun verschillende uitgangspunten naast elkander te plaatsen. Dit geschiedt in de derde afdeeling, die het grondleggende deel van den brief bekroont.

Hofmann ziet in H. 1:17-3:4 de beschrijving van den toorn Gods; daartegenover staat in H. 3:5-4:25 de staat der rechtvaardiging, dien de Christenen genieten zonder er zich op te beroemen: deze leer is geheel overeenkomstig het monotheïsme, versterkt het zedelijk leven m plaats van het te verzwakken (H. 3: 31) en wordt geenszins door Abraham's voorbeeld krachteloos gemaakt. De slotsom vinden wii in H 5'1—11: een opwekking tot de geloovigen om zonder vrees 'en vol hoop van dien gelukzaligen staat te genieten. Deze opvatting wordt gedrukt door de volgende bezwaren. Met H. 3 : 5 kan geen nieuw stuk beginnen; H. 3 : 9 kan niet de vraag van een Christen zijn; H. 3:31 slaat niet op de zedelijke vervulling der wet; het voorbeeld van Abraham kan niet de beperkte beteekenis hebben, wel Hofmann er aan toekent; H. 5 : 1 is geenszins een vermaning in den vorm eener conclusie. - Volkmar heeft een geheel andere opvatting. Volgens hem begint het stuk van de rechtvaardiging door het geloof H. 3:9 en eindigt he H. 3: 30 Daarna krijgen wij de bevestiging van deze rechtvaardiging door het O. T. (H. 3:31-8:36): eerst door het boek der