is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wet (H. 4); vervolgens door cle wet zelf (H. 5:1—21); eindelijk door de overeenkomst van de zedelijke gevolgen der rechtvaardiging met liet wezen der wet (II. G—8) Afgezien noK van de verkeerde opvatting van II. 3 : 31 als algemeenen titel van II. 4—8, hoe kan men H. 5:1 — 11 tot hetzelfde stuk rekenen als H. 5: 12-21 en in dit laatste niets anders zien dan een bevestiging van de rechtvaardiging door het geloof door middel van het verhaal van den val? Bovendien is de onderscheiding tusschen het boek der wet, de wet zelf en haar wezen van Volkmar en niet van den apostel. — Onze opvatting heeft veel overeenkomst met die van Ilolsten. Wii verschillen echter van elkander in de opvatting van het volgende stuk. Holsten rekent het bij II. 6—8. Wij voegen het bij het voorafgaande, ofschoon het toch ook wel als overgang tot het volgende dienst kan doen.

Derde Afdeeling.

TWAALFDE STUK.

H. 5: 12—21. i)

De universeels dood in Adam tegenover het univebseele leven in chkistus.

De rechtvaardiging door het geloof, haar historische grondgla<r haar overeenstemming met Israël's openbaring, haar geldigheid in het laatste oordeel, al deze punten zijn ontwikkeld , en daarmede is het grootste gedeelte van het thema (H. 3:21, 22) afgehandeld. Alleen bleef nog onbesproken voor allen en over allen die gelooven". Paulus' evangelie is universalistisch. Zonder de rechtvaardiging door het geloof zou het dit zeker niet kunnen zijn. Daarom moest eerst die

11 Vel Bruatou, Le parallèle entre Adam et J. C., étude eiegetiquc aur Bom 5 -12-21 (Revue de theol. et de phil., 189,). A. I. Reitsma (Studrtn

1878, bl. 2Ü5 T.)