Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een daad met zulke zwakke factoren als de zonde van Adam kaar doodelijke werking over de geheele menschheid lieeft uitgestrekt, hoeveeltemeer zal er dan niet van het werk van Christus, door oneindig machtiger beginselen gedragen, een levendwekkende invloed op diezelfde menscheid uitgaan. Zoo vindt de apostel — stoute gedachte! — in de universeele macht van de heerschappij des doods het verheven bewijs voor de universeele macht van de heerschappij des levens. Hij wil alle slachtoffers van den val met vol vertrouwen op de rechtvaardigende macht van Christus bezielen: Uw oordeel in Adam verzekert u van uw heil in Christus.

Wij onderscheiden in het volgende stuk vier deelen

1) Vs. 12—14: de universeele heerschappij van den dood

door de zonde van Adam.

2) Vs. 15 17: de overwinning van het werk van Christus

over het werk van Adam, bewezen uit de meerderheid van de factoren van het eene boven die van het andere.

3) Vs. 18, 19: De universeele heerschappij van de levend¬

makende gerechtigheid in Christus.

4) Vs. 20, 21: De beteekenis der wet tusschen de periode

van den universeelen dood en die van de universeele gerechtigheid.

De exegeten zijn het over deze groepeering vrij wel eens (zie Dietzsch en vooral Hodge), hoewel de leidende gedachte van elk der deelen en hun logische verhouding nog verschillend wordt opgevat.

1) Vs. 12—14.

Vs. 12: „Daarom, gelijk door éénen mensch de zonde in de wereld gekomen is, en door de zonde de dood, en zóó de dood *) tot alle menschen is doorgegaan, naardien zij allen gezondigd hebben,

Meyer e. a. laten tovto alleen slaan op de laatste

1) DEFGIt. lateu de woorden o weg.

Sluiten