is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat moeielijk, het pron. rel. met „één mensch" te verhinden; in de oudere Gereformeerde Nederlandsche Bijbeluitgaven wordt dan ook achter de woorden „de dood is overgegaan tot alle menschen" tusschen haakjes ingevoegd „door^éénen mensch" *). Bovendien is i<p' w niet hetzelfde als sv y. De verklaringen van Grotius (f$' w = per quera), P. Brouwer-) propter quem) eD Prof. Hoekstra 3) (door éénen mensch is de zonde in de wereld ingekomen en door de zonde de dood en alzoo is de dood tot alle menschen doorgegaan, op welken zij, daar zij op hem als takken op een boom, dat wil zeggen: na hem en uit oorzake van hem, allen gezondigd hebben), worden door Beitsma (t. a. p. bl. 273—275) terecht afgewezen. Hofmann brengt het pron. rel. in verband met Sxvxroc en vat èirl temporeel op: ten tijde van (of gedurende het bestaan van) welken dood allen gezondigd hebben. Maar dan had Paulus beter gedaan met te schrijven: xx) ?rxpovro: üiyi toïi Sxvxtou txvtsc foxprov. De opvatting van Dietzsch, dat allen gezondigd hebben in den toestand van den reeds heerschenden dood, is nog meer geforceerd dan de vorige. Osiander (Theol. Stud. aus Württemberg, 1885): auf welchen (sc. den Tod) hin. Een andere vertaling luidt: waarop allen heen zondigden, in dezen zin: zij zondigden, zoodat zij sterven moesten (Magazijn voor Kritiek en Exegetiek, I, 277). Gess, Beek en Otto denken aan den geestelijken dood, krachtens welken (op grond waarvan) allen gezondigd hebben. Dr. Harting: sub cujus (sc. mortis) potestate; vgl.

Ileitsma, t. a. p. bl. 275 v.

Een pron. rel. aannemende, komen wij er niet. De zonde en de dood zijn door de schuld van één mensch in de wereld gekomen. Maar hoe is de dood nu tot alle menschen doorgegaan9 Men verwacht een verwijzing naar de zonde, die

1) Zie Keitsma, Studiën IV, bl. 273.

2) Onderzoek naar het doel en beloop van het schrijven van den apostel Paulus in de 11 eerste hfdst. van den brief aan de Eom.

3) Wetensch. Jaarb. X; in Theol. Tijdschr. 1868 geeft Prof. Hoekstra deze

verklaring: cui accedit, quod omnes peecaverunt.