is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondersteld, dat de zonde door Adam in de wereld gekomen is, waaruit als resultaat voortvloeide, dat allen zondigden.

Vs. 13, 14: „Want tot de wet was de zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet toegerekend '), als er geen wet is; 14 toch heeft de dood geheerscht van Adam tot Mozes, ook over hen, die niet gezondigd hadden 2) in gelijkheid van de overtreding van Adam, die een type is van hem, die komen zou."

Tholuck e. a. vinden hier het bewijs, dat allen gezondigd hebben. Dat door de zonde van Adam de zonde tot alle menschen is doorgegaan, zou blijken uit de heerschappij van den dood. Echter ziet men dan voorbij, dat vs. 13a niet conclusie naar uitgangspunt der redeneering is, en dat in deze pericope de dood op den voorgrond staat.

In vs. 13, 14 wordt gehandeld over de heerschappij van den dood, in verband met vs. 12: „en door de zonde de dood, en zoo de dood tot alle menschen is doorgegaan, enz."

Men neme echter de laatste alinea van vs. 12 (omdat allen gezondigd hebben) niet uit haar verband, zoodat men de algemeene heerschappij van den dood aan de individueele zonde der menschen toeschrijft, op deze wijze: „Allen sterven om hun eigen zonden, want zelfs in den tijd, toen er nog geen wet was, beging men doodzonden. Wel wordt de zonde niet toegerekend, als er geen wet is; maar aangezien de dood ook destijds heersehte, volgt hieruit, dat men zich ook toen door zijn eigen zondigen den dood berokkende, hetgeen veronderstelt, dat er toen ook een wet was, nl. de wet des gewetens (vgl. II. 2:14, 15 en 1:32), die den zondaren duidelijk genoeg den dood aankondigde." Meu komt alzoo in botsing met de hoofdgedachte van het geheele stuk „door

1) sc eveAoyeiro; A: ehhoyxro.

2) 3 min., sommige lectionaria, Or. laten f<tf vóór x/ixfnirmrcei; weg.