is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging"; het is ook „in het licht van Zijn heiligheid te blijven en in voortdurende gemeenschap met Hem te wandelen". Wanneer bij de genezing der ziel de krisis bestaat in de vergeving, is de heiliging het herstel. De heiligheid is het ware leven voor den mensch.

Welke is de verhouding tusschen de rechtvaardiging en de heiliging?

1. Sommigen leggen het verband tusschen beide door het woordje „maar". „Gij zijt gerechtvaardigd door het geloof, maar pas op, dat gij voortaan ook de zonde bestrijdt, anders valt gij in het oordeel terug". Schott b.v. zegt: „Wij komen bier op het gebied van de bewaring des heils". Het heil bestaat dan in de rechtvaardiging en de heiliging is alleen noodig om die rechtvaardiging niet te verliezen.

2. Anderen geven de voorkeur aan „dus". „Gij zijt gerechtvaardigd om niet; laat dankbaarheid u dus dringen, niet meer te zondigen, maar te doen wat God behaagt". Deze opvatting is tegenwoordig misschien de gewone.

3. Reuss, Sabatier e. a. verkiezen „want". „Het geloof rechtvaardigt, want de mystieke eenheid met Christus, door dat geloof tot stand gebracht, heeft de macht ons te heiligen". De vergeving volgt dan uit de heiliging en niet omgekeerd; of liever: de twee genadegaven gaan in elkander over. Volgens Sabatier heeft Paulus de subtiele onderscheiding tusschen rechtvaardigverklaren en rechtvaardigmaken, tusschen justum dicere en justum facere, niet gekend. Beek staat een dergelijke opvatting voor. Het concilie van Trente heeft ze in de roomsch-katholieke kerk tot dogme verheven.

4. Lüdemann (Die Anthropologie des Apostels Paulus, 1872) stelt voor „of liever". Volgens hem ontwikkelen de eerste vier hoofdstukken van onzen brief inderdaad een zuiver juridische theorie van de rechtvaardiging, echter is deze specifiek joodsch en geeft geenszins de eigenlijke gedachte van den apostel terug. Paulus zoekt zijne joodschchristelijke lezers te winnen door accommodatie. Zijn eigenlijke theorie is van helleensehen oorsprong en zuiver zedelijk. Deze wordt in H. 5—8 uiteengezet. Hier is de zonde niet