is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het rechtvaardigend geloof zelf het nieuwe beginsel der heiliging aan.

Het tweede (H. 6: 15—23) ontwikkelt de inwendige macht, die dit beginsel heeft om den geloovige van de zonde te verlossen en aan de gerechtigheid te onderwerpen.

In het derde (H. 7 : 1—6) bewijst Paulus het recht van deu geloovige om het oude heiligingsmiddel, de wet, af te wijzen.

DERTIENDE STUK.

H. 6:1-14.

DE HEILIGING DOOR HET GELOOP IN DEN GESTORVEN EN OPGEWEKTEN CHRISTUS.

De apostel begint met een tegenwerping en een kort antwoord hierop (vs. 1—5). Daarna geeft hij het antwoord vollediger (vs. G—11). Eindelijk maakt hij de toepassing van deze waarheid op het praktische leven (vs. 12—14).

Vs. 1—5.

Vs. 1: „Wat zullen wij dan zeggen? Willen wij in de zonde blijven '), opdat de genade des te meerder worde?" 2)

De beteekenis van de vraag „Wat zullen wij dan zoggen?" kan geen andere zijn dan deze: Welke gevolgtrekking zullen wij uit het voorgaande maken? De apostel wijst dan een valsche gevolgtrekking af; vgl. H. 3: 8. — De tweede vraag wordt gewoonlijk, en niet zonder reden, met H. 5 : 20 verbonden. Men vergete dan echter niet, dat hier het hoogte-

1) Text. ree. met eenige minusc.: sT</x5vou/xev; N K P: £Ti/jevoiievABCDEFGL: «inftsvwiuev.

2) H. N. van Teutem gaf eeu „Proeve van verklaring van Bom. 6:1—13" in de Godg. Bijdr. van 1862.