is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo ook wjj in nieuwheid des levens wandelen zouden."

De woorden eU tov Sxvxtov hangen niet af van nverx^wiv (zoo Grotius, Hofmann, e. a. ')), maar, naar analogie van vs. 3, van ^xvrbfiXTOc. Door den doop wordt men vooral in betrekking gebracht tot den dood van Jezus. Niet zonder reden heeft de apostel xvtov bij öxvxtov weggelaten; het is om uit te drukken, dat onze dood in den dood van Jezus ligt opgesloten (zie Weiss). De doop kan met een begrafenis worden vergeleken, omdat hij bij onderdompeling geschiedde. W. Schmidt spreekt van „das Wassergrab". De begrafenis constateert het feit van den dood; de doop het feit, dat men der zonde gestorven is.

Op zichzelf is het reeds onmogelijk, dat een mensch, die met betrekking tot de zonde dood en begraven is, in de zonde blijft. Hierbij komt echter nog iets anders. Wanneer wij met Christus begraven zijn, zijn wij begraven om met Hem op te staan (!v«). Wij hebben het oude leven afgelegd om een nieuw aan te nemen. Van een terugkeer tot het oude leven kan dus volstrekt geen sprake zijn. De volledige vergelijking zou zijn: gelijk Christus opgewekt en een nieuw leven deelachtig geworden is, zoo zijn wij opgewekt en een nieuw leven deelachtig geworden. Bij „de heerlijkheid des Vaders" hebben wij te denken aan de vereenigde Goddelijke volmaaktheden. Nieuwheid des levens zegt nog meer dan nieuw leven. Klinkenberg omschrijft de uitdrukking aldus: de voortgaande, immer voortgezette levensbeweging, tot geheele gelijkvormigheid toe aan Hom, wiens Naam wij dragen.

Vs. 5: „Want indien wjj één (met Hem) geworden

1) Ook W. F. K. Klinkenberg (Geloof en Vrijheid, Nieuwe Serie, VIII, 1897). Volgens hem duidt „begraven in den dood" het beslissende eu aldoeude van den dood aan.

23*