is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn in de gelijkheid Zijns doods, zoo zullen wg het ook zijn in de gelijkheid Zijner opstanding;

Hier hebben wij het ontbrekende lid van de vergelijking van vs. 4: het nieuwe leven veronderstelt do opstanding. Bisping verbindt toïi Sxvxtov niet met tü o(j.oiü<axti , maar met vtoi , terwijl dan tü onotünxti adverbiale bepaling wordt: „Indien wij bij gelijkheid één zijn geworden met Zijn dool". Deze constructie is hard. Tcv Oxvxtov behoort bij tü 'oy.oiwnxti. Hangt nu tü 'oiaoiu^xti toïi Sxvxtov xvtov af van yeyóvotiasv. wij zijn (scil. xvtü, met Hem, d. i. Christus) één geworden door (in) de gelijkheid Zijns doods; of van ffipQuroii wij zijn één geworden met de gelijkheid Zijns doods? Chysostomus, Melanchton, Meyer, Philippi, Oltramare e. a. verkiezen de tweede, Luther, Calvijn, Tholuck, Fritzsche, Gess, Weiss de eerste constructie. Ons komt het voor, dat men moeielijk één kan worden met een gelijkheid van 'iets. De ellipse van «vtü heeft met het oog op vs. 4 en vs. 6 geen bezwaar. Wij vereenigen ons dus met de eerste opvatting, maar vertalen liever: „in" de gelijkheid. — Het woord uv^cpoTct (van cvptpvu) beteekent eigenlijk: samengewasseneJ. Waarom na yeyévctitev het fut. èaipeOx' Wordt hier gedoeld op de toekomende opstanding (zoo b.v. Lipsius) ? Het ligt veel meer voor de hand, aan een geestelijke opstanding te denken. Wij hebben hier een fut. van het logische gevolg. Nu het eerste heeft plaats gehad, zal het tweede volgen. — 'A/U« xxi zou men kunnen vertalen met: welnu dan ook. Sommigen laten rij? xvxaTxtreu; afhangen van êaóptfa (wij zullen zijn van de opstanding). Meyer en Philippi vullen den zin aan met tü o^oiü^xti (wij zullen één zijn met de gelijkheid van Zijn opstanding). Godet veronderstelt alleen <rii[A<pvTOi, waarvan rijs avxaTxaeus direct zou afhangen; hij meent, dat tü faucbuxu opzettelijk is weggelaten, omdat de dood van den geloovige alleen op den dood van Christus gelijkt, terwijl het nieuwe leven van den geloovige niet alleen op het nieuwe leven van Christus gelijkt, maar ook dat leven zelf