is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wet den geloovige aan de gerechtigheid onderwerpen. — Dit vers vormt den overgang tot het volgende. Het geloof in den gestorven en opgewekten Christus sluit niet slechts een beginsel van heiligheid in (H. 6 : 1—14), maar heeft ook heerschappij over den mensch, zoodat hij nu even noodwendig aan de gerechtigheid wordt onderworpen, als vroeger door zijn natuurlijke bedorvenheid aan de zonde.

VEERTIENDE STUK.

H. 6:15—23.

De macht van het nieuwe beginsel der heiliging om

den mensch aan de gerechtigheid te onderwerpen.

Het nieuwe beginsel der heiliging ligt in het object van het rechtvaardigend geloof. Maar zal een zóó geestelijk beginsel, zonder eenig uitwendig en positief gebod, genoeg macht over den wil hebben om hem te beheerschen en tegen de macht van het kwade te beschermen? Op deze natuurlijke bedenking (vs. 15) antwoordt Paulus dit: Met de genade is een nieuwe meester gekomen in plaats van den ouden, de zonde (vs. 16—19); de geloovige is verplicht, den nieuwen meester des te trouwer te dienen, daar deze tot belooning het leveii geeft, terwijl de oude met den dood betaalde. Zoo zal het nieuwe beginsel in gezag niet bij het oude achterstaan.

Vs. 15: „Wat dan? Willen wij zondigen1), omdat wij niet onder de wet, maar onder de genade zijn? Dat zij verre!"

De vraag van vs. 15 is geenszins een herhaling van die van vs. 1. Wij zijn in een hooger stadium der redeneering.

1) Al de maj. lezen anicpTtiruij.ev in plaats van «fiapr>)<ro^fv (teit. ree en min.).