Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bl. G9) ziet in „de zinstorende woorden u 7txpnrTxveT6 èxurous ^svxoy-r s/'- •jirxxoviv niets dan een ingeslopen kantteekening hij w uiraxcusTe, geschreven met het oog op vs. 13". Ook de woorden >jtgi xpixprlx: (ele öxvxtcv) $ óxxxofc clc 5txxmvvyv vinden bij hem geen genade; zij zijn waarschijnlijk een aanvulling van den omwerker, met het oog op vs. 17. Paulus mag tegenover x,</.xpr!x geen i'nrxwj (in plaats van 3ix*;fl<xunj) gebruiken, noch ijra< schrijven!

I)e vraag in vs. 15 veronderstelt een zeer oppervlakkige opvatting van het verband tusschen de daden van den mensch en zijnen zedelijken toestand. Onze daden zijn geenszins zonder invloed op onzen zedelijken toestand; integendeel, zij beheerschen dien. Heeft iemand zich in den dienst van een ander gesteld, dan is hij niet meer vrij; hij is slaaf') (Joh. 8:34) 2). De woorden $ vtxkouits schijnen na Ssü'/.oi ia-re overbodig, maar zijn het toch niet. Zij willen zooveel zeggen als: gij hebt dien meester nu tegen wil en dank te gehoorzamen. Men stelt zich niet in den dienst van een ander om voortaan niets voor hem te doen, maar om hem te gehoorzamen. Nu staan er twee beginselen tegenover elkander: de zonde en de gehoorzaamheid. Het part. vitoi is sterker dan alsof de apostel op het eerste alternatief eenigszins den nadruk wilde leggen. — Met den dood schijnt niet de physische dood te worden bedoeld, waaraan de gehoorzamen evengoed als de zondaren onderworpen zijn. Wij zijn niet meer in dat deel van den brief, hetwelk over het oordeel handelt; hier treedt de tegenstelling tusschen zonde en heiligheid op den voorgrond. De dood zal hier dus moeten beteekenen: het zedelijk bederf, de scheiding van God. — Waarom staat tegenover „zonde" „gehoorzaamheid" en niet „heiligheid"; en waarom tegenover „dood" „gerechtigheid" in plaats van „leven"? Men vat „gehoorzaamheid" dikwijls algemeen op, als gehoorzaamheid aan God of aan het goede.

1) Weizsacker: dem seid ihr verschrieben als Knechte zura Gehorsam. 4) Zalm neemt en VTrcocoyi; als attribuut; zoo ook rïj$ ót\Lï$Tiotc,

in vs. 17.

Sluiten