is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan alleen vrij zijn van de zonde, als hij vrij is van de wet. Het eene hangt nauw met het andere samen. Vandaar de parallel tusschen H. 7:1—4 en H. 6:16—19; . • > en H. 6:21—23. Omdat de wet edeler meester is dan de zonde, wordt nu echter niet meer van een dienstbaarheid,

maar van een huwelijk gesproken.

Paulus begint met een wetsartikel aan te halen, dat, geestelijk toegepast, de vrijheid van den geloovige tegenover de wet in zich sluit (vs. 1-4); hieruit volgt, dat de heerschappij der zonde, waarin de wet den mensch gevangen hield, bij den geloovige heeft plaats gemaakt voor de heerlijke vrijheid in den dienst van God (vs. 5—6).

Vs. 1, 2: „Of weet gij niet, broeders (want ik spreek tot menschen, die de wet kennen), dat de wet heerscht over den mensch, zoolang hij leeft? 2 Want de gehuwde vrouw is door de wet aan den levenden man gebonden; maar wanneer de man sterft, is zij ontslagen van de wet *) des mans."

De vrijmaking van de zonde en de vrijmaking van de wet hangen zóó nauw samen, dat Paulus aan hem, die het eerste zou willen ontkennen, vraagt of hij dan het tweede niet weet En daar te Rome menschen zouden kunnen zijn, die zich alleen op grond van een positieve verklaring der wet als vrij van de wet durfden beschouwen, beroept de apostel zich op de wet. Na H. 1: 23 had hij zijne lezers nog met weder als broeders aangesproken; hier slaat hij een meer

vertrouwelijken toon aan, in overeenstemming met het karakter

van het betoog. — De vraag: of weet gij met? veronderste als antwoord: gij weet het zeer goed; hierop slaat yap. Men vertale niet, alsof het lidw. roï? vóór yirinuvrm stond: aan diegenen onder u, die de wet kennen. De geheele gemeente te Rome wordt aangesproken. Men heeft uit deze plaats

1) De text. ree. laat rev vo/xov weg.