is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de derde soort dezer verklaringen komt nog die van Wabnitz en Westphal. •) De eerste beweert, dat Paulus zijne hier beschreven ervaringen als Farizeër niet zoo kan begrepen en voorgesteld hebben, dan nadat hij Christen was geworden. Want als Farizeër hield hij de aangeboren booze neiging niet voor zonde, meenende, dat hij die met behulp van de wet kon overwinnen.

Westphal vindt hier geen spoor van een zedelijken strijd van Paulus, den Farizeër. Paulus wil de slechte gevolgen der wet voorstellen. Daartoe beschrijft hij de verblinding, waarin zij den vleeschelijken mensch brengt, die zich verbeeldt, dat hij de wet kan volbrengen zonder vernieuwd te zijn. Zij is geestelijk van aard; de vleeschelijke mensch kan ze dus niet begrijpen, veel minder volbrengen. Hij meent, dat hij ze volbracht heeft, wanneer hij de vormen in acht neemt. Deze uitwendige gehoorzaamheid komt hem voor de ware te zijn; zij prikkelt zijn eigengerechtigheid en hoogmoed; zoo brengt de wet, die, geestelijk verstaan, hem zou levend gemaakt hebben, hem in den dood. Dat is niet de schuld van de wet, maar van het vleeschelijke hart van den onbekeerden mensch. Paulus ziet nu de dwaling in, waarin hij eertijds verkeerde, en ontwikkelt ze, ten einde hen, die nog verblind zijn, de oogen te openen.

Laat ons beginnen met het stuk te ontleden. Het eerste deel loopt tot het einde van vs. 13.

Vs. 7—13.

Welke gevolgen heeft de eerste aanraking van de wet Gods met het vleeschelijke hart van den mensch? De zonde wordt ontsluierd (vs. 7), ten gevolge daarvan werkt zij zóó krachtig, dat de mensch, in plaats van in de wet het leven te vinden, in haar den dood vindt (vs. 8, 9). Dit tragische resultaat

1) Zie voor den eersten: Revue théologique, 1888, n° 214, 1889, n°. 1; en voor den tweeden: De epistulae Pnuli ad Romanos cap. J : 7—25 commentatio (Tolosae, 1888), vgl. Xtaeol. Literaturzeitung, 1892, 34.