Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en van de zonde niets gemerkt heeft (vgl. Luk. 8 : 46). Deze verklaring is gelijkluidend met die van H. 3 : 20.

Nu zal de apostel dit met een concreet feit bewijzen. Door een bepaald gebod (Ex. 20:7; Deut. 5:21) heeft hij de zondige begeerlijkheid in zich ontdekt. Anders zou hij ze misschien voor iets natuurlijks hebben gehouden; door bet gebod zijn hem de oogen opengegaan.

Bij deze pijnlijke ontdekking kwam (§£, vs. 8) nog iets

anders.

Vs. 8: „En nadat zij aanleiding gekregen had, heeft

de zonde door het gebod alle begeerlijkheid in rajj gewerkt; want zonder de wet is de zonde dood.

De klimax wordt niet slechts aangegeven door 3ê, maar ook door KxrupyxfxTo en 7rx<rxv (alle soort van). Sommigen laten hx rij? èvro^i van xxfcüsx afhangen. In dat geval moet men niet vertalen: aanleiding gekregen hebbende van het gebod (dan zou er «tts of h moeten staan), maar: door middel van het gebod. x rfc ivTolij; behoort echter bij xKTiipyxvxTO: vgl. vs. 11. — Het verbodene bezit voor den mensch een eigenaardige aantrekkelijkheid (Spr. lJ : 17). Nitimur in vetitum. Calvijn, die terecht zegt: In lege occasio est, voegt er minder juist bij: Detexit in me omnera concupiscientiam. „Ontdekken" is niet hetzelfde als „werken'.

Vóór dien tijd bestond de zonde wel, maar in latenten toestand; zij sliep, zij was dood (1 Kor. 15:5(5). Het verzwegen werkw. is hri, niet b: een algemeene waarheid wordt uitgesproken. Ns'.aau zonder art.: de wet als wet, niet als mozaïsche wet, heeft die uitwerking.

Vs. 9, 10a: „En ik leefde 1), toen ik eertijds zonder wet was; maar toen het gebod kwam, leefde de zonde op, 10a en ik stierf;"

Calvijn: mors peccati vita hominis, rursus vita peccati

1) B leest in plaats Tan e£«v; beide vormen zijn klassiek.

Sluiten