is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mors hominis. De dood van de zonde is het leven van den mensch; het leven van de zonde is de dood van den mensch. — Welk leven leefde Paulus zonder de wet? Augustinus, de hervormers, Bengel, Bonnet denken aan zijn valsche rust, zijn eigengerechtigheid, in den tijd toen hij nog Farizeër was. „Ik leefde" wil dan zeggen: „Ik meende te leven". Maar toen was Paulus onder de wet (zie 1 Kor. 9 :20 en Gal. 3:24), en niet zonder wet. Bonnet zegt: toen had Paulus geen geestelijke kennis van de wet; zij was alleen doode letter voor hem. Maar daarom was hij toch niet zonder wet. Wil men aan het leven van Paulus als Farizeër der ken, waarop slaat dan „toen het gebod kwam"? Op zijn bekeering, toen in Christus de wet haar volle geestelijke beteekenis voor hem verkreeg (Calvijn1))? Over Christus' tusschenkomst wordt hier niet gesproken. Op den tijd, onmiddellijk vóór zijn bekeering, toen hij de nietigheid van zijn vorige leven inzag (Bonnet)? Paulus heeft eerder de heiligheid der wet ingezien. Op zijn twaalfde jaar was hij „zoon der wet" geworden. Toen was het gebod gekomen. Toen was de inwendige strijd begonnen, die langzamerhand al heviger en heviger werd. Maar vóór dien tijd leefde hij, in zedelijken en geestelijken zin, als onschuldig kind genietende van de zegeningen en de beloften van den God zijner vaderen.

Het gebod maakte een einde aan dezen gelukkigen toestand. De zonde begon te leven. Moet men txva&v vertalen door „herleven" of door „opleven"? Meyer wijst er op, dat èn in het N. T. èn bij de klassieken xvxtya (of het synonieme xvx(3ióu, civx(3iujKifixi) nooit iets anders dan „herleven" beteekent (b.v. Luk. 15 : 24). Ofschoon hiertegen niet veel in te brengen is, is het niet minder waar, dat vele met xvx samengestelde werkwoorden geenszins den terugkeer tot een vroegeren toestand aanduiden ; b.v. xvxriMu, xvxfioxa, xvx*éu, üvxMopxi, xvxv/ilxu. 'Avoi(3hixu beteekent zoowel omhoog

]) Zoo ook Dr. P. D. Chantepie de la Saussaye (Studiën, 1875, 103), die dus in Rom. 7 de beschrijfing ziet van de ervaringen van Paulus bij en ten gevolge van de verschijning op den weg naar Damaskus.