is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

refrein eindigen. Het is een klaaglied, de smartelijkste elegie, ooit uit een menschenhart voortgekomen. Het eerste deel omvat vs. 14—17. Het tweede, met een gelijksoortig begin en einde, vs. 18—20. Het derde, verschillend van vorm, maar in den grond gelijk, vs. 21—23. Het slot (vs. 24, 25)

is tevens het slot van het geheele stuk.

Lange ziet in de drie deelen een klimax: het eerste heeft betrekking op het verstand, het tweede op liet gevoel, het derde op het geweten. Deze onderscheiding is echter gezocht en bovendien overbodig. De kracht van het stuk ligt juist in zijn eentonigheid. De herhaling van dezelfde gedachten en dezelfde uitdrukkingen is de echo van de wanhopige herhaling van altoos dezelfde ervaringen in dien toestand, waarin de mensch wel aan zijn ketenen rukken maar ze niet verbreken kan. De eenige uitweg is de kreet om een Verlosser.

1) Vs. 14—17.

Vs. 14: „Want ') ik weet, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleeschelijk 2), verkocht onder de zonde."

De echte lezing is yctp. Dit yxp slaat op het in vs. 13 gezegde, nl. dat de zonde door de wet den dood werkte. Ja, de zonde is mij de dood geworden, want • kn

nu beschrijft de apostel zijn ervaring. Hij heeft een toestand gekend, die wel een toestand des doods mocht genoemd worden. Dat Paulus over dit zijn verleden in den tegenwoordigen tijd spreekt, is hieruit te verklaren, dat hij zich in dien toestand verplaatst. Het is hem, alsof hij het alles

nog eens doorleeft.

Velen lezen oilxiisv. wij weten. Op zichzelf kon hier

1) ADEL: eiJafwv Se in plaats van oiS*i*iv y«t <text ree., al de andere

maj., It. Syr.). „Tp,

2) SABCDEF9: r.xf>tivo; in plaats van trapxixo; (telt. ree , & f )■