is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„die in mijne leden is" beteekent, dat deze wet dezelfde is als de wet, waarvan in het begin van het vers sprake was.

In vs. 22, 23 lezen wij dus van de wet Gods, de wet in de leden, de wet des gemoeds en de wet der zonde. De wet in de leden is dezelfde als de wet der zonde. — Had Paulus als een koud moralist de zedelijke ellende geanalyseerd , dan zou hij zonder meer van vs. 23 tot vs. 25*> hebben kunnen overgaan. Hij schrijft echter niet als filosoof, maar als apostel. Daarom kan hij den toestand niet schetsen, zonder het volle gewicht van deze dingen te gevoelen. De angst grijpt hem aan, en, alsof hij nog midden in de worsteling was, stoot hij een kreet uit (vs. 24), waarop echter onmiddellijk een dankzegging kan volgen, omdat hij de verlossing kent (vs. 25»). Dan resumeert hij de voorafgaande beschrijving in vs. 25b.

Vs. 24, 25: „Ik ellendig mensch! Wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods? 25 Ik dank God x) door Jezus Christus, onzen Heer. Derhalve ik zelf dien wel met mijn gemoed 2) de wet Gods , maar met het vleesch de wet der zonde."

In H. 1—5 is sprake van de schuld, hier van de ellende des menschen. — Wat bedoelt Paulus met „het lichaam ? De last des lichaams? Calvijn zegt: Corpus mortis vocat massam peccati vel congeriem, ex qua totus homo conflatus est. Maar in vs. 23 is sprake van de leden van het lichaam in eigenlijken zin. Wordt het lichaam in eigenlijken zin bedoeld, zoodat Paulus wil zeggen: tot wanneer zal ik zuchten in het lichaam des doods (Chrysostomus; ook Van Manen, t. a. p. bl. 71, tegenover wien men vergelijke Van Leeuwen, t. a. p. bl. 93)? Maar hoe kan de apostel dan in vs. 25 voor de verkregen verlossing danken? Het lichaam is het

1) Text. ree. tiAKLPSyr.i ivx*ru flecu; BOr.: x*f't ru i,u'< DKFÖ: !ƒ X^P'S T0V ^S0V (F G TOV KV ptov).

2) N F G It. laten fiev tusachen ru en voi weg.

26*