is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf, die zijn ellende betreurde" hetgeen tegengesproken wordt door de omstandigheid dat er geen tegenstelling met het vorige, noch een klimax is. AMs dient om èyu te beperken. Paulus' spreekt van hetgeen hij in en door zichzelven is, afgezien van hetgeen hij door hoogere tusschenkomst (vs. 25»>) is geworden. Ik, zooals ik ben zonder Christus (vs. 24), en niet zooals ik ben in Christus (H. 8:1). Wanneer hij zichzelven zoo beschouwt, worden deze twee dingen in hem gevonden: een met zijn gemoed dienen van de wet Gods, en een met het vleesch dienen van de wet der zonde. Hodge ziet in voïis „het hart, in zoover het is wedergeboren"; Calvijn: „de zedelijke zijde van de ziel, die door Gods Geest is verlicht"; Olshausen: „het verstand, dat (door de wedergeboorte) vrijgemaakt is, om de wet te volbrengen". Echter heldert vs. 23, in verband met vs. 22, de uitdrukking voldoende op. Het dienen, alleen aan de vovt toegeschreven, is uit den aard niet praktisch, maar theoretisch. Gold het een wedergeborene, dan had Paulus moeten zeggen, „ik dien wel met het vleesch de wet der zonde, maar met het gemoed de wet Gods"; aangezien toch in elk geval bij den Christen de nadruk op het laatste zou moeten vallen. Bij den natuurlijken mensch moet men veronderstellen vatbaarheid voor het zedelijke (vs. 16, 22, 23), anders is hij niet meer verantwoordelijk. — Het woord fcvAcifo klinkt hier wel wat sterk. Toch is het in den klimax: oUx (vs. 14), o-yvQwt (vs. 16), cvvtöopxi (vs. 22), rep t<oï Souteuu (vs. 25) niet misplaatst. — Ook neemt de droevige tegenstelling het verblijdende, dat er in ligt, geheel en al weg. De slotalinea

is diep mistroostig.

Olshausen en Schott beginnen de nieuwe afdeeling, de beschrijving van den toestand van den wedergeborene, reeds in vs. 25. Maar dan moet men in vs. 25b een interruptie zien, of de beteekenis van voü; geweld aandoen. Hofmann wil 'met xp* o5» (vs. 25<>) een nieuw begin aanvangen. Echter volgt het tweede &px, H. 8: 1, er dan zoo vreemd op, vooral omdat H. 8:1, 2 een geheel anderen toestand

beschrijft dan vs. 25.