Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Derde Afdeeling.

H. 8: 1—17.!)

Het week van den Heiligen Geest in den

gerechtvaardigden geloovige.

Aan het slot der eerste afdeeling had de apostel tegenover elkander gesteld de „oudheid der letter" en de „nieuwheid des Geestes". Het eene is behandeld; nu zal Paulus het werk van den Heiligen Geest bespreken. Het goede wordt niet van buiten opgelegd, de liefde tot God, d. i. de liefde tot den Goede, wordt in den mensch een nieuw, levend beginsel. De gevolgen van deze innerlijke verandering loopen van trap tot trap uit op de volkomen vervulling van den raad Gods met de verloste menschheid. Dit is de inhoud van H. 8, dat begint met „geen veroordeeling meer" en eindigt met «geen scheiding meer". Spener vergelijkt de Schrift met een ring, den brief aan de Romeinen met den diamant van den ring, en dit hoofdstuk met de fonkelende spits van den diamant.

Deze afdeeling bestaat uit twee stukken:

In het eerste, vs. 1—11, beschrijft Paulus den Heiligen Geest als het beginsel der heiliging en der lichamelijke opstanding van den geloovige.

In het tweede, vs. 12—17, stelt hij den aldus geheiligden geloovige voor als aangenomen kind en erfgenaam van God.

Over het verband tusschen H. 6 en H. 8 dit. In H. 6 toonde de apostel aan, hoe de geloovige met den gekruisigden en opgewekten Christus der zonde sterft en Gode levend gemaakt wordt. En op de vraag, door welke kracht dit geschiedt, antwoordt Paulus: niet door de wet (H. 7), maar door den Heiligen Geest (H. 8), die den geloovige vernieuwt en verheerlijkt.

1) Volgena Verisimilia bestaat H. 8 uit twee fragmeaten van joodschen oorsprong, die wij met de noodige weglatingen vinden *». 1—27 (fragmentum pneumaticum) en y». Ï8—39.

Sluiten