is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H. 8 : 1, 2.

Eerst dus de bevrijding van de wet der zonde (vs. 3, 4). De Heilige Geest werkt niet magisch. Hij sluit zich altijd aan aan een historisch feit, dat, in het geloof aanvaard, de stof uitmaakt, die door den Geest bevrucht wordt (zie Joh. 16: 14). Dit historisch feit nu is het werk der heiliging, hetwelk God in den persoon van den raensch Jezus Christus heeft volbracht (vgl. Joh. 17: 19).

Vs. 3, 4: „Want — onmogelijke zaak voor de wet, omdat zij door het vleesch zwak was! — God heeft, door Zijn eigen Zoon te zenden in de gelijkheid van het zondige vleesch en voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vleesch, 4 opdat het recht der wet zou vervuld worden in ons, die niet naar het vleesch wandelen, maar naar den Geest."

Volgens Van Manen (t. a. p. bl. 73) sluit vs. 3 zich wel aan vs. 1, maar niet aan vs. 2 aan. Vs. 2 zou den oorspronkelijken samenhang van vs. 3 en vs. 1 verbreken, en zich daardoor als een uitweiding doen kennen, waarover men vergelijke Van Leeuwen, t. a. p. bl. 95—98. — „Want", dat op vs. 2 slaat, [beheerscht vs. 3, 4. De uitdrukking: to otèvvxtov tou vó/jlou komt overeen met die van Xenophon: ra Suvxtcv Tiï? xa/far. To aiïvvxtov is nominativus absolutus (zie Luk. 21:6; Hebr. 8:1), die de door nxrixpive aangewezen handeling tot appositie heeft: wat der wet onmogelijk was, heeft God gedaan door te veroordeelen (daarom behoeft men echter geen «Ya/Vf tovto te onderstellen). 'Ev u kan pron. rel. zijn d. i. waarin, of conj. cl. i. omdat. Die zwakheid der wet kwam niet uit hare onvolmaaktheid voort, maar uit den tegenstand van het vleesch. De wet kon door hare bepalingen de zonde wel veroordeelen, maar veel resultaat had het niet.

Toen het voldoende gebleken was, dat de wet de zonde niet kon overwinnen, is God (ó 9eiet met kracht voorop)