is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgetreden. nW«; moet niet vertaald worden door: „nadat Hij gezonden had", ook niet door „terwijl Hij zond ; het beteekent eenvoudig: „door te zenden". — Jezus heet de „eigen Zoon van God", niet als theokratisch koning, noch als de Messias, noch als de Uitverkorene, noch als de Geliefde Gods; Paulus doelt op een persoonlijke betrekking Iriv b.uroü)\ het is, alsof God een deel van Zichzelven gaf. Op zichzelf volgt uit „zenden" niet het begrip der praeëxistentie (zie Joh. 1:6); echter spreken de daarbij gevoegde woorden duidelijk van een eigenaardigen bestaansvorm, dien de gezondene moest aannemen, en die van zijn vroegeren bestaansvorm verschilde (zie Gal. 4:4; Fil. 2 : 6). an Manen (t. a. p. bl. 138) accentueert de metaphysische op__ii: »<>«/ƒ/ nu eenmaal eeen zoon, die geen „zoon

vacciug. ~ ,

is en het nog moet worden." Ook volgens hem is men tot de meest voor de hand liggende verklaring gedwongen: God

zond Zijn Zoon uit den hemel.

Blijkbaar heeft de apostel ernstig nagedacht over de uitdrukking: iv onoiwxrt trxpxo; »:x*puxc >). Wanneer Paulus «, <riPK, Anaprlxt gezegd had, zou hij aan Jezus een minimum van zonde hebben toegeschreven, hetgeen Menken, Irving, Holsten goedkeuren, maar door 2 Kor. 5:21 wordt ui gesloten. In iv i^xn zou aan Jezus slechts een

schijnlichaam zijn toegekend en zou de apostel het docetisme geleerd hebben. Beide dwalingen snijdt hij af door „in de gelijkheid des zondigen vleesches". Jezus is in het vleesch

1) Weiisacker: in Sündenfleischesbild.

2 Balion (t, a. p. bl. 18) neemt dit, in het voetspoor van Naber, als de echte lezing aan. De woorden k»1 moeten volgens hem worden weggelaten Een afschrijver, die I* ipo.upctT, *'P' las,

schreef i^ricct één woord te vroeg. Hij bemerkte d.t, en, om zijn handschrift niet te ontsieren, gaf hij door een punt achter te kennen scn™. . . . . , , v.i voort met Tfpi xaccprtui. Een

dat hij zich vergist nau. -j -

latere afschrijver bemerkte de punt achter /«c met, en schreef^'"

li to,ri Weer een ander voegde er .«/ tusschen. Zoo ontstond de

7Ttoi UuxpTtOCC. VYeer ecu •—O— -

gewone lezing. Volgens Baljon moet *4$ in ongunstigen zin genomen worden; daarom is i^prtcct na overbodig. Michelsen schrapt het ge-

lieele vers