is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vs. 5, 6: „Want zg, die naar het vleesch zgn, bedenken wat des vleesches is; maar zij, die naar den Geest zijn, bedenken wat des Geestes is. 6 Want het bedenken des vleesches is de dood; maar het bedenken des Geestes is leven en vrede

De gerechtigheid der wet wordt alleen dan in ons vervuld, wanneer wij niet naar het vleesch, maar naar den Geest wandelen, want enz. Het hart van den mensch beslist over zijne aspiraties en dus over zijn gedrag. Hij, die zich door het vleesch laat leiden om de dingen des vleesches te zoeken, overtreedt de wet, terwijl hij, die zich door den Geest laat leiden om de dingen des Geestes te zoeken, de wet volbrengt. Uit het elvxi KocToc, den diepsten grond van het zedelijk wezen, komt voort het (ppoveTv, het denken en het willen, hetwelk op zijn beurt het veprnxTttv bepaalt.

Het vleesch en de Geest drijven den mensch beide in hun eigen richting voort (vs. 5). Vs. 6 verklaart die wet des vleesches en die wet des Geestes (want). Het vleesch en de Geest rusten niet, voordat zij beide hun einddoel hebben bereikt, aan den eenen kant den dood, aan den anderen kant het leven. — Weiss ziet in <ppivwtx niet het bedenken zelf, maar het object van het bedenken: de dingen des vleesches en des Geestes. Deze beteekenis past echter minder goed in vs. 7, en komt niet overeen met uitdrukkingen als: TupxvvtKÓv, uirspTChnov, yevvxlov, irxTpmi/ , itevSepov Qpivvmx. — Het vleesch leidt van God af, hoe langer hoe verder van God af, totdat men geheel en voorgoed buiten God is, in den dood. De Geest geeft het leven in de volkomen gemeenschap met God. Dit leven gaat gepaard met een groote, diepe innerlijke rust (vrede). „Leven" en „dood" zijn hier in geestelijken zin genomen, maar niet zonder dat de verdere gevolgen doorschemeren.

Paulinischen Ethik" (Abhandlungen, Alexander Ton Oettingen *ura Bieben zigsten Geburtatag gewidmet von Freunden und Schülern, München, 1898, S. 220—244).