Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot zijue lezers, die voor hem de vertegenwoordigers van het leven des Geestes zijn. Terwijl hij zijn vertrouwen in de echtheid van hun geloof uitspreekt, voegt hij er eene restrictie aan toe (fIrrtp), waarmede hij echter geen twijfel uitdrukt (dan zou er flys staan), maar de lezers van zijnen brief tot zelfonderzoek wil opwekken. 'Ev srwtWri tbat schijnt nog meer op het door den Heiligen Geest gewekte geestelijke leven, dan op den Heiligen Geest zeiven te slaan; zie de volgende uitdrukking ötoï. Ohtïv is de tegenstelling van ouk

fVf/v. Tusschen den Geest van God en den Geest van Christus >) bestaat geen verschil. Christus heeft zich den Geest van God volkomen geassimileerd; Hij deelt hem aan Ziin kerk als Zijn Geest mede. Wanneer iemand dien Geest niet van Hem heeft ontvangen, leeft hij ook niet met riem in gemeenschap, en behoort hij niet tot de Zijnen. Na deze ernstige waarschuwing gaat de apostel weder uit van e gunstige veronderstelling van vs. 9a.

Vs. 10: „Maar indien Christus in u is, dan is het lichaam wel dood om de zonde, maar de geest is leven om de gerechtigheid."

In plaats van den Geest van Christus komt hier Christus zelf, evenals in het vorige vers in plaats van den Geest van God de Geest van Christus. Waar de Geest van Christus is, is Christus zelf. Het werk van dien Geest is, Christus in ons te doen leven (Joh. 14:17, 18). De nieuwe uitdrukking doet nog meer dan de vorige de solidariteit van Christus en ons uitkomen, en bereidt aldus vs. 11 voor, waarin de opstanding van Christus als het onderpand van de onze wordt voorgesteld. — De geloovige mag hopen, dat hij deel zal hebben aan de lichamelijke opstanding van Christus, omdat, al is zijn lichaam nog aan den dood onderworpen, het leven

1) Michelsen (Theol. Tijdschr. 1887, 186) noemt de uitdrukking „de geest Tan Christus'' onzinnig, omdat het zou zijn de geest van den geest van Jezus! Volgens hem zijn hier alleen v». 2, -4, 10 en 12 van Pau ub

Sluiten