is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven van den geest; vanwege de inwoning van den Geest de opwekking van het lichaam. Hoe de opwekking van de lichamen der geloovigen zijn zal, zegt Paulus met. Wel constateert hij den zedelijken toestand, dien de opwekking veronderstelt. God zal vragen, of Zijn Geest in den mensch woont, of het lichaam heilig werd bewaard, of het als een tempel Hem toegewijd was (1 Kor. 6: 19). Wanneer dit het geval is, zal hetzelfde wonder geschieden als bij Christus. Dan is er geen veroordeeling meer. Na al het gezegde behoeft de meening van de Wette, Philippi, Holsten, dat onder „levend maken" „heiligen" verstaan moet worden, in den zin van H. 6:12, geen opzettelijke wederlegging. Paulus spreekt van de vernietiging van zonde en dood.

a n ij t T I I? V r» TT. STTTK.

x1u1xa xxaj*'*'—

H. 8 : 12—17.

De geloovige, van zonde en dood bevrijd, is zoon

en daardoor erfgenaam.

Dit stuk is niet, zooals velen op grond van den vorm van vs. 12, 13 gedacht hebben, een praktische toepassing van het vorige. Paulus wil aantoonen, dat de geloovige, van een treurige werkelijkheid bevrijd, tot de heerlijkste werkelijkheid opgevoerd is.

Het deelgenootschap van den geloovige aan het leven des Heiligen Geestes is niet dat van een lijdelijk toezien. Hij moet zich voortdurend onder de werking van dien Geest stellen en alzoo de werking van het vleesch dooden.

Vs. 12—14: „Zoo dan, broeders, wij zijn schuldig, niet aan het vleesch om naar het vleesch te leven; 13 want indien gij naar het vleesch leeft, zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werken des lichaams ') doodt, zult gij leven.

1) DEÏÖ It., Ir., Or. lezen ti){ a-apxo? in plaata van toxj <ra>notto;.