is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Omdat de zucht van dien Geest x.xrot Sióv is, overeenkomstig den raad Gods, die in ons moet vervuld worden (Weizsacker: in Gottes Sinn). Geen wonder, dat God zulk zuchten verstaat. Grotius, Meyer, Oltraraare, Hofmann e. a. nemen oti in den zin van „dat". Wat op hi volgt, is dus afhankelijk van olSfv en parallel met t/ ro (ppivtin». Maar dan krijgt de zin iets slepends. Beter is „omdat"; het verklaart beter het vooropstaande xxtx teiv. — Voor „heiligen" bidt de Geest. Hoe zou God zich aan hen niet laten gelegen liggen? — In „naar God" en „voor heiligen" ligt reeds de gedachte van het volgende stuk opgesloten: een raad Gods, die in de uitverkorenen zal worden vervuld. Tot bereiking van dat doel dient het zuchten en het werken van den Geest*

Welk een lijden! De schepping zucht. De geloovigen zuchten. De Geest zucht. Maar op het avvxowxeiv volgt het <rvv$o%xv6ijvxi.

Vs. 28—30. !)

Vs. 28: „Maar wij weten, dat hun, die God liefhebben , alles medewerkt l) ten goede, hun, die naar Zijn voornemen geroepenen zijn."

Gelijk wij reeds zagen, is 5f meer dan part. van overgang

en duidt liet een sterke tegenstelling aan. Wij zuchten ,

maar wij weten . Weiss beweert, dat er dan

had moeten staan. Zie echter H. 3 : 21, waar Si moet dienst doen om H. 3:21—5:11 tegenover H. 1:18—3:20 te stellen. 'AhKa. zou meer een speciale tegenstelling te kennen geven. — In de tegenstelling ligt hier tegelijk een klimax.

„Hun, die God liefhebben," staat voorop. Deze bepaling wijst de zedelijke hoedanigheid aan van hen, die het hier

1) Over Rom. 8 :28 v. handelt E. Kühl in zijn „Kein Rühmen vor Gott. Der religiö9e Grundton der paulinischen Theologie", Königsberg, 1896,

2) A B lezen o Qso; na a-vvspyei.