is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemde voorrecht deelachtig zijn. De geloovigen zuchten, omdat zij God liefhebben en uit liefde tot God verlangend uitzien naar de voltooiing van Zijn werk. — IJou/ti», alles, ook het moeielijkste. Aan de zonden alleen kunnen wij niet denken, want dit zou met rols xyoncü'jiv tov 6aov in strijd zijn. Bij de lezing van den Vaticanus en den Alexandrinus, die o dei? tot onderwerp van auvepyii maken, moet zxvrx object of bepaling van het werkwoord zijn. In het eerste geval zou uuvepyeïv „doen medewerken" beteekenen, hetgeen het nooit beteekent. In het tweede geval zou God medewerken, met betrekking tot alle dingen '), hetgeen echter aanleiding geeft tot de vraag met wien God dan medewerkt? Toch niet met den geloovige? De gewone lezing verdient de voorkeur. — 2,óv kan beteekenen, dat alle dingen medewerken met elkander, of met den geloovige. Philippi verdedigt de laatste opvatting. „Ten goede", d. i., in overeenstemming met het verband: tot vervulling van den raad Gods, tot het bestemde heil.

De laatste alinea van het vers geeft den grond aan, waarop de vorige stelling rust. Flpide^i? wordt in 2 Tim. 1:9 gebruikt van den raad des heils (door genade, zonder de werken); in Ef. 1 : 11 van Israël's verkiezing; in Ef. 1: 3—10 (vs. 9); 3: 11 van de aanneming van Joden en Heidenen tot kinderen, het samenbrengen van alles in Christus. De grieksche kerkvaders, Pelagius en eenige nieuweren hebben gedacht aan den goeden wil van den mensch, overeenkomstig Hand. 11: 23. Hier wordt de beteekenis van het woord echter verklaard door t>5? xxp'SIct: en door het verband. Weiss en Otto denken bij irpó in irpiQetris aan een beslissing, door (*od in den tijd genomen, vóór de roeping.2) God zou in de

1) Weizsacker: Gott in allem zum Besten hilft.

2) Roozemeijer schrijft (Prot. Bijdr. V, 40»): „Het te voren bereiden, verordenen, voorbeschikken geschiedt ongetwijfeld in den tijd. Vgl. Ernst en Vrede V, 468 en W. Schmidt (a. a. O. S. 62;. Hiermede staat in verband, dat volgens sommigen ook in Rom. 9 niet van een eeuwig besluit Gods, maar van een werken Gods in de geschiedenis sprake is. Zoo Beyschlag, Van Dijk (Stud. IV), Buhl (Stud. u. Krit. 1887), Kiibel (Herrog', 12).