is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was genade genade. Hoeveel te meer voor anderen! De aanhaling is volgens de Sept., terwijl de nadruk valt op ov xv, hetwelk de vrije keuze Gods op den voorgrond stelt. In Zijn genade hangt God van niemand of niets buiten Zich af.

Vs. 16 leidt uit het woord Gods een beginsel af. God rekent bij Zijn gaven niet met het willen en werken van den mensch, zoodat Hij verplicht zou zijn tot geven, en onrecht zou doen als Hij niet gaf. Hij neemt Zelf het initiatief, noodigt en roept. Zijn wil beslist. Daarom is Zijn wil nog geen willekeur; wat Hij wil, is goed; wat goed is, wil Hij. Zoo kan Hij ook de Heidenen tot het heil roepen. — Bij „willen" en „loopen" heeft men gedacht aan den wil van Izaak om Ezau erfgenaam der belofte te maken en aan het loopen van Ezau om een stuk wildbraad te verkrijgen; aan het verlangen, hetwelk in het gebed van Mozes zich uitsprak, en aan zijn trouwe zorg voor het volk in de woestijn; aan het Siuxeiv van het volk Israël en aan zijne vele plechtigheden en werken. Men vatte de woorden algemeen op. — Michelsen wil itT%óovroi; lezen in plaats van Tpé%oi>Tos. Naber stelt voor, 6uovtos te veranderen in evkovroq. Baljon (t. a. p. bl. 24) verwerpt deze conjectuur; hij zegt, dat de apostel zijn beeldspraak aan den wedloop in den circus ontleende. — Een ander woord uit de Schrift bewijst zelfs, dat God het recht heeft te verharden wien Hij wil.

Vs. 17, 18: „Want de Schrift zegt tot Farao: Hiertoe heb Ik u verwekt, dat Ik in u Mijne macht betoone, en dat Mijn naam verkondigd worde over de gansche aarde. 18 Zoo ontfermt Hij Zich dan over wien Hg wil, en verhardt Hg wien Hg wil." *)

Dit voorbeeld is daarom zoo juist, omdat Mozes en

1) Kühl (a. a. O. S. 20, 21) vindt ook hier het bewijs, dat Paulus aan een definitieve verwerping en vernietiging van Israël in 't geheel niet denkt; zie eehter Olemen, Theol. Lit.-Zeit. 1898, No. 9.

30*