Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkwoord , hetwelk bij ci behoort, wordt dan sx&hct(v. Den relatieven zin hebben wij te danken aan een onregelmatigheid, die meer voorkomt (H. 3:18; Gal. 2:4, 5); de invoeging van mxi na ovs wijst op de losgelaten constructie. Ook kan de afwijking mede veroorzaakt zijn door het nauwe verband tusschen irpoyTolpoKTev en exxhtaev. Letterlijk staat er: En (indien) Hij, om den rijkdom Zijner heerlijkheid te doen kennen over de vaten der barmhartigheid, die Hij te voren toebereid heeft tot heerlijkheid, ons, die Hij ook geroepen heeft, enz. — God heeft de vaten dei barmhartigheid te voren tot heerlijkheid toebereid. In itpi ligt de gedachte „van eeuwigheid"; vgl. Matth. 25:34. Tusschen kxtvipthtia.svx en ■zpoYiTo'ipxaev valt dit verschil op te merken: le het eene woord is zonder-, het andere met irpo; 2e het eene is pass., het andere act.; 3e het perf. duidt een tegenwoordigen toestand aan, de aor. een daad in het verleden; 4e het eerste werkwoord doet ons aan het resultaat, het tweede aan het begin der ontwikkeling denken.

Vs. 24. Wie toebereid zijn tot heerlijkheid, zijn ook geroepen. Zoowel uit de Heidenen als uit de Joden (Joh. 10:16; zie ook Luk. 14:21—24 en Op. 7:9). Aan het einde van dit vers vuile men het verzwegene in: Wie heeft zich dan nog over God te beklagen? of iets dergelijks.

Het woord van God is dus door de verwerping van het joodsche volk niet tenietgedaan (vs. 6). Immers God maakte onderscheid tusschen het ware en het vleeschelijke Israël, krachtens het beginsel der verkiezing, hetwelk reeds de eerste geschiedenis der aartsvaders beheerschte. Bovendien had God, door Israël te verkiezen, geenszins het recht prijsgegeven om in zekere omstandigheden Israël te verwerpen en de Zijnen uit andere volken te roepen. En eindelijk is het gebruik, hetwelk God van Zijn vrijmacht maakt, niets anders dan de getrouwe vervulling van Zijn woord. De profeten toch hadden de tegenwoordige gebeurtenissen duidelijk aangekondigd. Dit zal de apostel thans aantoonen.

Sluiten