Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stracte spreekt over hetgeen God zou kunnen en mogen doen, niet over 't geen Hij in werkelijkheid doet. Volgens Beyschlag handelt de apostel over groepen van menschen en over hunne plaats in de geschiedenis van het Godsrijk, niet over individuen, nog minder over hun eeuwige zaligheid. Weiss beperkt het recht Gods tot het vaststellen van de voorwaarde, waarop Hij Zijn genade verleent. Velen hebben een andere formule gezocht. Godet sluit eenerzijds in de bepaling van de vrijheid Gods alle willekeur uit, en stelt anderzijds bij den mensch een vooruitgezien geloof, waarmede God bij Zijn uitverkiezing rekenen kan.

3. Stelt men de souvereiniteit Gods en de vrijheid des menschen naast elkander, zoo is er geen reden, den apostel gebrek aan logica te verwijten (Reiche, Fritzsche). Liever denke men aan de beperktheid van den menschelijken geest

(Meyer, Reuss).

Wij moeten echter van een verdere behandeling dezer kwestie afzien, daar zij niet behoort tot het gebied der exegese maar tot dat der Bijbelsche Godgeleerdheid. *)

Het onverstand van Israël, de oorzaak van zijn verwerping; H. 10:1-13.

H. 10 is de ontwikkeling van hetgeen in H. 9: 30 33 geleerd werd. In weerwil van zijn godsdienstigen ijver, begreep Israël niet, dat het einde der wettelijke bedeeling het gevolg moest zijn van de komst van den Messias (vs. 1—4). Met Hem begon een geheel nieuwe bedeeling, die, in tegenstelling met de bedeeling der wet, het heil alleen schonk uit genade (vs. 5—11) en een universeele strekking had (vs. 12, 13). Israël verwierp dezen raad Gods krachtens zijn eigengerechtigheid en particularisme.

1) Volgens Grafe (Theol. Rundschau, 1899, 316) kan men een deterministische en een indeterministische beschouwing in eeuzelfde verband gemakkeiijker aannemen, wanneer men onderstelt, dat de HH. 9—11 niet in eens en niet in dezeltde stemming gedicteerd zijn.

Sluiten